Atendi is looking for a CTO / SENIOR DEVELOPER

Logo Atendi

ATENDI is looking for a visionary CTO and hands-on developer to join our executive team and manage our tech development trajectories.

We have a pilot SaaS platform. The next months will be used to convert the pilot into a final go-to-market version. Your input will help to develop the product faster and more professionally with a focus on future scalability and expansion.

The current team skills are business and marketing, so technical knowledge needs to be improved in order to build a sustainable business.

We are not offering a job, nor a salary – but a stake in the company.

What we expect:

  • Before everything, PASSION for what you do (hopefully web application development :) )
  • Experience in the design and development of fast-growing, globally scalable web applications,
  • Wide knowledge and experience in a number of web technologies (frontend and backend) within LAMP stack.
  • Profound CakePHP knowledge and other proven frameworks (jQuery, Zend, etc.)
  • Ideally knowledge in creating an external API and in the development of native mobile applications.
  • “Easy to work with attitude” with focus on what we aim to achieve.
  • Analytical / entrepreneurial mindset with willingness to take risks.

On the menu

  • We offer you the opportunity to become a co-founder of a start-up with a high potential.
  • You get the chance to build something unique within healthcare industry.
  • You’ll be working with two other founders in a very loosely coupled manner and we hope you have some pingpong skills, because there is a very prestigious tournament going here.

What is ATENDI?

ATENDI is a SaaS platform that creates a powerful solution for waiting list management within the Belgian Long Term Care (LTC) facilities. Have a look at our website: www.atendi.be

Charmed? sherlock@atendi.be

Startup Qompium zoekt een IT champion om het team te versterken.

Cardimoni

Studenten binnen het Ziekenhuis Oost Limburg hebben tijdens de afgelopen maanden een smartphone applicatie ‘Cardimoni’ ontwikkeld voor het opsporen van hartritme stoornissen (www.qompium.com). Dit project is opgepikt door Bayer Healthcare en krijgt de kans zich te ontwikkelen tot een markt klaar product. Hiervoor stellen zij hun expertise, office space in Berlijn en een werkingsbudget ter beschikking. Momenteel bestaat het team uit 4 jonge (ex-studenten) waarvan 2 biomedici en 2 ICT ingenieurs.

Er is nog plaats vrij voor 1 extra team-lid dat interesse heeft in een avontuur!

 

So, what’s in it for you?

- Bayer Healthcare accelerator programma laat toe om onder professionele begeleiding en coaching een product met markt validatie klaar te stomen. Het team zal werken aan 2 delen: enerzijds aan biomedisch/markt onderzoek en anderzijds verdere technische uitwerking (smartphone applicatie platformen, website/webserver,…).
- Je krijgt naast technische ontwikkeling ook een hele bagage mee over het bedrijfsaspect, marketing, project management,…
- Deze ontwikkelingen en uitwerkingen dienen te gebeuren op het hoofdkwartier van Bayer in Berlijn waar je tussen 20 Augustus en 1 december 90% van je tijd zal doorbrengen!
- De project middelen worden gebruikt om de kost en inwoon te voorzien!
- Na afloop van het programma op 1 december heb je de vrije keuze om ofwel deel uit te maken van dit bedrijf en het verder mee te dragen of eruit te stappen en met een gevulde CV een nieuwe job te gaan zoeken.

Wie zoeken we?

- Gemotiveerde jonge mensen met frisse (en soms gekke) ideeën die zich vrij kunnen maken van 20 Augustus tot 1 december!
- Onderlegd zijn in IT met de volgende basis skills: Web (HTML5/CSS/PHP/MYSQL/JS), Java en/of C#
- Extra pluspunten zijn kennis hebben van UI en iOS programmeren. 

Interesse?

Aarzel niet om meer vragen te stellen of je kandidatuur in te dienen! Dit kan best via mail op lars.grieten@zol.be

Overheid als platformbouwer voor innovatie in de zorg

De Vlaamse en Federale overheden spelen duidelijk een proactieve rol in de informatisering van de zorgsector. Wat betekent dat voor jonge technologiestartups? Kan de overheid als concurrent beschouwd worden, aangezien zij zelf ICT-diensten ontwikkelt en aanbiedt? Of biedt de overheid net opportuniteiten voor startups?  We vragen het aan Dominique Dejonckheere, Program Manager ICT van Zorg en Gezondheid.  Dominique leidt al 10 jaar de ICT-stafdienst en is mee verantwoordelijk voor de ICT-strategie van de Vlaamse overheid voor gezondheid en welzijn. De kernprogramma’s waar hij op focust situeren zich rond gegevensdeling binnen de eerste en tweede lijn, met de residentiële sector en de thuiszorg.

Om van start te gaan: welke initiatieven neemt de overheid om ICT-gerelateerde innovatie in de zorg te stimuleren?

Er is duidelijk nood aan innovatie. Tot voor kort was het voor burgers net zo moeilijk om aan hun patiëntengegevens te raken als dat 50 jaar geleden was voor hun bankverrichtingen. De financiële sector heeft jaren geleden al een volledige omslag gemaakt met o.a. internetbankieren. De zorgsector staat op dat vlak nog in de kinderschoenen. De laatste jaren trekt de overheid en de sector duidelijk de kaart van een multidisciplinaire samenwerking en gegevensdeling. De patiënt staat daarbij als mederegisseur van zijn gegevens. Veel tijd ging naar het opzetten van een noodzakelijk platform waar de gegevens uit de eerstelijn 24/7 beschikbaar zijn voor andere actoren. Er werd ook veel aandacht besteed aan de basiscomponenten om de veiligheid en het vertrouwen van de patiënt te kunnen garanderen. Artsen hebben bijvoorbeeld niet de ICT-infrastructuur om hun data continu beschikbaar te stellen. De resultaten van deze initiatieven worden langzaam zichtbaar.

Een wetgevend kader dus?

Meer dan dat alleen. Ten eerste heeft de Vlaamse overheid gezorgd voor een visie en strategie die aangeeft wat de evoluties moeten zijn voor de komende jaren. Er zijn de visietekst en het actieplan eZorgzaam Vlaanderen. Het Zorgvernieuwingsplatform van Flanders’ Care zette in 2012 haar visie op gegevensdeling via ICT in de zorg in dit actieplan uiteen. Daarnaast is er ook het actieplan van de federale rondetafel eGezondheidszorg dat goedgekeurd werd door alle bevoegde ministers op een Interministriële Conferentie Volksgezondheid in 2013.

Dit alles wordt ook verankerd in het decreet over hoe het netwerk voor digitale gegevensdeling in de zorg georganiseerd zal worden. Met de goedkeuring van het decreet hebben we nu ook een globaal kader voor het delen van zorggegevens tussen zorg- en hulpverleners en formaliseren we de nodige structuren. Vroeger diende dit op projectniveau geregeld worden.

Waarom is de gegevensdeling van gezondheidinformatie zo belangrijk?

De gegevensdeling zal leiden tot een betere en efficiëntere zorg in functie van de gebruiker. De zorg- en hulpverleners zullen namelijk beschikken over accurate en actuele informatie.

Betere en verantwoorde zorg is niet de enige drijfveer voor deze projecten. Het gaat ook over betere samenwerking en betere organisatie, over veiligheid en over de rechten van de patiënt.

Kan u iets meer vertellen over de praktische uitwerking van deze initiatieven?

Op vlak van technologische evoluties zijn er de platformen en systemen voor gegevensdelingbinnen de eerste lijn en de tweede lijn zoals Vitalink, het Waalse Intermed en de lokale hubs van de ziekenhuizen. Deze worden verder uitgebouwd en op elkaar afgestemd – en moeten gekoppeld worden met de software van de zorgactoren. Hier zijn een aantal initiatieven belangrijk zoals bijvoorbeeld het federale labelingprogramma, en vanuit Vlaamse kant de oproep naar koepelorganisaties om als uniek aanspreekpunt op te treden naar softwareleveranciers toe. Dit creëert niet alleen duidelijkheid voor de software-industrie maar ook een dynamiek. Verder moeten startups weten dat er nu een uniforme technische connector beschikbaar is, die de integratie tussen hun gebruikerstoepassingen en platformen zoals Vitalink sterk vergemakkelijkt. We moeten een duidelijk onderscheid maken tussen de business toepassingen van de sector enerzijds, én de eHealth bouwstenen en basisdiensten anderzijds. Die laatste moeten ervoor zorgen dat toepassingen op een uniforme en vooral veilige manier gegevens kunnen uitwisselen als de toegankelijkheid en de centrale rol voor de patiënt kunnen verzekeren (denk maar aan de basisdiensten voor gebruikers- en toegangsbeheer, bewijs therapeutische relatie, systeem voor exclusies etc.). Startups moeten deze beter leren kennen en gebruiken.

De overheid neemt ook zelf initiatief om de innovatiestroom te stimuleren met initiatieven zoals Flanders’ Care, MIC Vlaanderen en de iMinds Health poot. Via die laatste wil de overheid ook een proeftuinomgeving voorzien die dit ondersteunt en de baan verder vrijmaakt voor een verdere standaardisering.

Wat zijn de mogelijke opportuniteiten voor technologiestartups?

Het is de expliciete keuze van Vlaanderen om geen eindgebruikerssoftware te bouwen. De software-industrie speelt hierin de belangrijke rol. De overheid bouwt het basisplatform waarop verschillende projecten gerealiseerd kunnen worden. Dus vanuit Vlaanderen is er Vitalink, het digitale platform van de Vlaamse overheid, voor het veilig delen van zorg- en welzijnsgegevens. Via het patiëntenluik van de mutualiteiten worden de gegevens ook op een veilige manier ontsloten naar de patiënt zelf. Voor de zorgverstrekkers en voorzieningen vereisen we een system-to-system integratie. De meeste softwareleveranciers leggen nu de laatste hand aan de optimalisatie van hun software voor het delen van het medicatieschema. Zij werken op een grotere gebruiksvriendelijkheid en een diepgaandere integratie. Naast het medicatieschema zijn er ook zo’n 14 miljoen vaccinatiegegevens van 2 miljoen Vlamingen, vooral kinderen en jongeren, raadpleegbaar via Vitalink. Ook is men nu bezig aan het inbouwen van de Sumehr, het samenvattend medisch dossier, dat gedeeld kan worden door artsen.

Voor deze eerste twee projecten, het medicatieschema en de vaccinatiegegevens, is er ook een proeftuinomgeving waar innovatieve spelers op een veilige manier nieuwe diensten op dit type van gegevens kunnen ontwikkelen. Ik denk bijvoorbeeld aan een remindersysteem voor herhaalvaccinaties. Ook voor andere, nieuwe innovatietrajecten kunnen we beslissen om daarvoor een proeftuinomgeving van Vitalink beschikbaar te stellen. Op die manier laten we zeker ruimte voor technologiestartups.

Zijn er opportuniteiten voor mobiele toepassingen?

We zijn bij mobiele toepassingen ook nog steeds gebonden aan het vereist inloggen met de elektronische identiteitskaart op de voorzieningen. Er lopen een aantal piloten, o.a. onder stimulans van Flanders’ care waar een mobile device wel kan gekoppeld worden in de voorziening.

Voor de individuele zorgverstrekkers en voor de burger moet men concreet zoeken naar haalbare oplossingen. Deze problematiek was reeds ter discussie op het event “eHealth Goes Mobile” van 2 oktober 2013. Het eHealth-platform is bereid om in samenwerking met de gezondheidssector en softwareproducenten een platform te ontwikkelen voor mobile app development.

In de toekomst zou de patiënt zelf bepaalde laboresultaten moeten kunnen inkijken, zonder daarvoor steeds contact te moeten opnemen met de arts. Ook zou de patiënt via mobiele toepassingen zelf bijvoorbeeld hun telemonitoring parameters moeten kunnen verzamelen. En zou ook de data voor de zorgactoren rondom de patiënt via een centraal systeem beschikbaar moeten worden om preventief te werken. Dat kan vandaag al. Maar de standaarden vormen hier de bottleneck.

Qua uitbreiding naar de residentiële sector heeft een consortium van koepelverenigingen van woonzorgcentra zich op vraag van de Vlaamse overheid georganiseerd om een roadmap op te stellen.  Er zijn ook oproepen gelanceerd voor informatiseringsprojecten. Vlaanderen heeft hiervoor éénmalig middelen voorzien.

Verder zitten er ook nieuwe projecten in de pijplijn. Het gaat wel over projecten die reeds een volwaardige business case hebben. Zo is er het elektronisch kinddossier van Kind en Gezin dat in een eerste fase de resultaten van de gehoortesten wil delen en daarna verder wil evolueren tot een volledig beschikbaar kinddossier. Er zijn ook projecten ingediend rond de zorgtrajecten voor diabetes en er worden concepten uitgedacht rond het delen van een journaal (ref. informatie uit het gekende thuiszorgschrift) van een patiënt binnen de eerste lijn.

Belangrijk is dat we de komende jaren een doorstroom zien vanuit de innovatietrajecten die her en der lopen en dat sommige projecten door de trechter stromen om effectief uit te rollen via de platformen die daarvoor geschikt zijn, waaronder Vitalink.

Startup Lindacare zoekt enthousiaste en ondernemende Software Developer om hun team te versterken

Image

LindaCare is a startup company in formation that develops a software application solution for telemonitoring of cardiac patients.

We are currently looking to reinforce our team with a:

 

Medior/Senior Allround Software Developer

 

Job Description

As a core member of the startup team, you are responsible for development of our software solution which is now in a prototype phase.

You will be joining a motivated startup team that has already created a positive traction with their concept.

Your main responsibilities would be as follows:

  • Together with the co-founders and initial prospects, help define the scope of MVP (Minimum Viable Product), beta version, first release and beyond
  • Define the product development strategy, architecture and roadmap
  • Set up and manage the software release management process
  • Execute on the product development roadmap and be in a hands-on and lead development role
  • Participate in pre-sales and prospection process, performing remote online and customer onsite solution demos
  • Interact with medical device vendors to obtain APIs and build automated connections between our software application and their platforms
  • Interact with hospital and other medical center IT management to define integrate requirements of our application within the hospital IT environment
  • Interact with medical care providers and users of our software solution to further understand their requirements as input to our product definition and roadmap

 

Profile and skils

  • You have at least a bachelor diploma in ICT and a miniumum of 5 years of working experience
  • Front-end UI developer skills for web and mobile user interfaces consuming REST based backend services, response web interfaces design, HTML5/Javascript/CSS/JQuery coding, REST/JSON experience, Boostrap 3 knowledge, mobile technologies IOS, Android and Windows 8, Xamarin/C#
  • Back-end developer skills for integration of applications using APIs
  • Experience in the healthcare sector and with concepts such as HL7 and integration with EHR (Electronic Health Records) is a major plus
  • Multi-lingual profile is a major plus (at least Dutch and English, French and German optional)
  • Location preferably in Belgium, or within a few hundred km distance with ability and flexibility to travel to meet regularly with the team and prospects
  • You are extremely motivated to join a startup team as a core member, partner/co-owner
  • You are extremely flexible and have a can-do and get-things-done mentality
  • You are available between 20-40 hours a week to invest in LindaCare

Offer

We offer you a unique position within a promising startup team that has been emerging as a winner of the HackForHealth start-up weekend contest with unanimous jury votes, has been selected as part of the startup incubation and acceleration program of iMinds providing initial funding and coaching.

To be clear, there is no salary or invoicing (in the case of a freelance) possibility at this stage, but we are offering you an attractive equity (company shares) package, that essentially makes you are a co-owner of the company! Salary will be paid as soon as we have attracted proper financial funds and/or start generating revenues.

 

Contact

For any questions, additional information and applications please contact the co-founder and CEO Shahram Sharif per email Shahram.sharif@lindacare.com or by phone +32 488 290 613.

Sociale media in het ziekenhuis

Het gebruik van sociale media staat in Vlaamse ziekenhuizen nog in de kinderschoenen, hoewel Amerikaanse koplopers zoals de Mayo Clinic aantonen hoe krachtig die kanalen wel kunnen zijn in de zorgsector. Nochtans zijn er wel enkele ziekenhuizen in Vlaanderen mee bezig, met Ziekenhuis Oost-Limburg als een van de leiders. We praten met communicatieverantwoordelijke Jurgen Ritzen.

Wat is je achtergrond?

Ik ben nu ruim twee jaar communicatiemanager bij Ziekenhuis Oost-Limburg. Ik heb een journalistieke achtergrond en ben mijn carrière bij TV Limburg begonnen, eerst als journalist en later ook als eindredacteur. Van 2008 tot 2010 was ik woordvoerder van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Kamervoorzitter Patrick Dewael en daarna heb ik gewerkt als communicatiedeskundige bij Groep C van Noël Slangen.

Welke communicatiestrategie hanteer je in Ziekenhuis Oost-Limburg?

Als ziekenhuis hebben we natuurlijk heel wat doelgroepen, die elk een aangepaste communicatiestrategie vereisen. Interne communicatie is belangrijk omdat we heel wat medewerkers hebben, meer dan drieduizend. Extern communiceren we naar onze doorverwijzers, met name de huisartsen, maar ook naar de algemene bevolking: we willen dat mensen ons kiezen voor hun zorgbehoeften. En dan communiceren we uiteraard ook nog naar de vacaturemarkt. We hebben een aparte HR-dienst waarmee we samenwerken voor arbeidscommunicatie. Naar de pers communiceren we enerzijds reactief — door vragen te beantwoorden — maar anderzijds ook proactief via onze PR-strategie. We schakelen onze communicatiekanalen ook in om stakeholders zoals de stedelijke overheid en de provincie te informeren.

Hoe belangrijk is communicatie geworden in de zorgsector? Is er meer concurrentie tussen ziekenhuizen?

In de laatste decennia zetten de ziekenhuizen inderdaad hoog in op communicatie. Onze doelstelling is uiteraard dat we de bevolking ervan willen overtuigen dat ons ziekenhuis een goede plek is om verzorgd te worden. We moeten dus werken aan ons imago en mensen binden aan ons merk. Ik merk dat dit bij de meeste ziekenhuizen erg belangrijk is geworden.

Wij werken op verschillende manieren aan die doelstelling. Zo is een van onze communicatiethema’s preventie. Wij proberen een vertrouwensrelatie op te bouwen met mensen wanneer ze gezond zijn, zodat ze later als het minder goed gaat aan ons denken voor hun zorgbehoeften. Zo zijn we samen met de stad Genk de organisator van Genk Loopt, een erg populaire stadsloop, met na amper 2 jaar al om en bij de 2.000 deelnemers. In aanloop naar die dag en op de dag zelf zijn we heel prominent in het stadsbeeld aanwezig.

Kun je ons wat meer vertellen over de achtergrond en de aanpak van jullie socialemediastrategie?

Sociale media vormen heel laagdrempelige media waarmee je gemakkelijk veel mensen bereikt. Zo hebben we momenteel meer dan vierduizend Facebook-volgers, allemaal mensen die we rechtstreeks kunnen informeren over ons ziekenhuis. Voor een ziekenhuis behoren we daarmee tot het koppeloton wat betreft het aantal mensen dat ons volgt. Indien we erin zouden slagen om op lange termijn naar 20 of zelfs 30.000 volgers te gaan, dan creëren we voor onszelf een heel krachtig medium.

Met welke uitdagingen krijg je te maken op het vlak van sociale media? Wat houdt ziekenhuizen tegen? Zijn er redenen om het niet te doen?

In de zorg ben je met mensen bezig, met gevoelige materie, met privacy, met medische dossiers. Je moet dus echt wel voorzichtig zijn. Je hebt ook minder controle over sociale media: niet alle commentaren zijn bijvoorbeeld altijd even lovend. Je moet daarmee opletten, want dat kan uit de hand lopen. Je moet voortdurend de sociale media monitoren en in gesprek gaan met de mensen. Als we een negatieve commentaar lezen, sturen we een privébericht om te vragen of we die persoon kunnen voorthelpen. Het is belangrijk dat je toont dat je die commentaren serieus neemt.

Ik begrijp dat andere ziekenhuizen sociale media aan zich laten voorbijgaan omdat het moeilijker te controleren is. Onze visie is echter dat je dit niet kan tegenhouden en dat dit ook niet nodig is, zolang je maar eerlijk bent met de mensen.

Jullie gebruiken ook Twitter en YouTube. Hoe verschillen die kanalen van Facebook?

Facebook is voornamelijk een luchtiger medium, en we zoeken er dan ook altijd een gezonde mix van infotainment. We zetten er bijvoorbeeld onze medewerkers in de bloemetjes. Momenteel publiceren we een vijftigdelige reeks op Facebook waar we elke keer een dienst van het ziekenhuis voorstellen: wie werkt er, wat doen zij enzovoort. Mensen vinden dat leuk. Maar we voorzien ook ruimte voor meer ernstige onderwerpen zoals wetenschappelijk onderzoek. Omdat het belangrijk is dat mensen ook weten dat we een dynamisch ziekenhuis zijn dat voortdurend manieren zoekt om het zorgproces te optimaliseren.

Het is wel belangrijk om de juiste balans te vinden: te speels kan natuurlijk ook niet. Onze Facebook-account wordt beheerd door de communicatiedienst, we hebben iemand die daarvoor verantwoordelijk is en die dat strikt opvolgt. Als er gereageerd moet worden op iets belangrijks, bespreken we dat eerst. We nemen het wel degelijk serieus op.

Twitter daarentegen is meer geschikt voor communicatie naar de pers en opinieleiders. Onze Twitter-account neem ik zelf voor mijn rekening. Ik probeer minstens twee tot drie keer per week een update uit te sturen. Twitter is ook een manier om een crossmediale aanpak te volgen. Zo worden alle berichten uit ons wetenschappelijk magazine voor huisartsen en specialisten getwitterd. Op die manier worden wel wat verhalen opgepikt door de media en invloedrijke personen. Ik geloof sterk in de kracht van herhaling, om via verschillende kanalen een bericht uit te sturen.

En hoe zit het met YouTube?

Alles wat over Ziekenhuis Oost-Limburg in beeld verschijnt, zoals mediaoptredens van onze dokters op TV Limburg, komt op YouTube. Een van onze verpleegkundigen is cameramonteur als hobbyist en werkt regelmatig voor ons aan opnames. We tonen daarin bijvoorbeeld hoe ons operatiekwartier in elkaar zit, of het verloop van een dagopname van een kind. Dat laatste filmpje is trouwens enorm populair in Vlaanderen en Nederland: het is al een half miljoen keer bekeken. Daarnaast maken we ook fimpjes die gebruikt worden om bepaalde procedures te verduidelijken. Hiermee richten we ons voornamelijk op verpleegkundigen en artsen.

Wat is jullie intern beleid rond sociale media? Mag het personeel bijvoorbeeld commentaren op Facebook posten?

Ja, maar we hebben daarvoor regels, die we op ons intranet gepubliceerd hebben. Zo mag het personeel over hun job en over het ziekenhuis posten, maar niet in negatieve zin. En ze mogen zeker niets over patiënten posten. In de laatste twee jaar herinner ik me twee gevallen van personeel dat wel iets negatiefs schreef. Soms zitten mensen nu eenmaal met iets, bijvoorbeeld na een zware werkshift, en dan bespreken we dat met hen.

Waar halen jullie de kennis over sociale media vandaan?

Dat komt deels uit onze eigen ervaring, een stuk uit de literatuur en we pikken ook heel wat uit sociale media van andere bedrijven en organisaties op. Persoonlijk vind ik fingerspitzengefühl heel belangrijk: je moet aanvoelen wat werkt en wat niet.

We kijken uiteraard ook naar koplopers zoals Mayo Clinic en Cleveland Clinic, maar anderzijds werken zij met een totaal andere grootteorde van middelen, daar kunnen wij alleen maar van dromen. Sociale media vormen iets wat wij erbij nemen als passie. Ik weet wel, communicatietheoretici horen dit niet graag, maar je moet ook rekening houden met budgetten en dat wordt vaak vergeten. En dus hebben we hier geen afzonderlijke afdeling. We hebben naar taakverdeling toe wel een beetje herschoven op de dienst en dat werkt prima.

Hebben jullie nog andere plannen met sociale media en digitale kanalen?

Dit jaar gaan we een digitale nieuwsbrief op de markt brengen. We hebben er al een voor onze medewerkers en we hebben ook al een wetenschappelijk magazine voor artsen. Dat willen we nu aanvullen met een open publieke nieuwsbrief om nog meer goodwill bij de algemene bevolking te creëren.

Onze website wordt dit jaar ook helemaal vernieuwd, net zoals ons intranet. Maar je mag nooit de traditionele media vergeten: met krantenberichten blijf je nog altijd heel veel mensen bereiken.

Er zijn heel wat initiatieven in de VS, en stilletjesaan ook hier, om patiënten in hun zorgkeuzes te helpen met behulp van automatische aanbevelingen en zoekmotoren die gebruikmaken van tevredenheidsscores en meer objectieve gegevens zoals kwaliteitsindicatoren. Hoe zie je dat in Vlaanderen evolueren? Ik zie bijvoorbeeld dat jullie je eigen kwaliteitsscores publiceren.

We moeten toch voorzichtig zijn. Er bestaat momenteel een website — sanconet — die de reputatie van zorgverstrekkers meet op basis van beoordelingen door patiënten. Maar die beoordelingscriteria vinden we niet goed. Eén mindere ervaring van een patient op één specifieke dienst trekt je algemene score bijvoorbeeld drastisch naar beneden. Maar het geeft wel aan waar het naartoe gaat, het is duidelijk een belangrijke trend.

‘Design in zorg – Mensgericht ontwerpen in een complexe (zorg)omgeving’

VOKAWilt u graag ontdekken wat de meerwaarde is van design in zorg en hoe u samen met zorgspelers, ondernemingen en ontwikkelaars hieraan mee kunt werken? Kan design een antwoord bieden op de vele noden en vragen van de zorgactor en/of eindgebruiker? En welke tendensen mogen we verwachten in de nabije toekomst?

Tijdens een boeiend programma met lezingen en praktijkvoorbeelden, krijgen deze en andere vragen een antwoord. Interesse in deze kennissessie van Voka Health Community op maandag 31 maart in het OLV van Lourdes Ziekenhuis Waregem? Schrijf u dan hier snel in.

Innovatie in de Vlaamse zorgsector: een gesprek met Peter Raeymaekers

Na zijn jobs in technologietransfer en venture development aan de KU Leuven en Imec werd Peter Raeymaekers aangesteld tot adviseur innovatiebeleid van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Later werd hij coördinator van Flanders’ Care en sinds een jaar is hij nu actief bij Zorgnet Vlaanderen als stafmedewerker voor ICT. Kortom, Peter heeft een breed zicht op ICT-innovatie in de Vlaamse zorgsector.

Even een terugblik op je tijd bij Flanders’ Care: wat zijn volgens jou de belangrijkste realisaties van dit initiatief?

Flanders’ Care is erin geslaagd om de belangrijkste betrokkenen samen te brengen rond enkele concrete projecten. Dat is al een hele realisatie op zich, want dit soort samenwerking lag tot voor kort niet voor de hand. Na drie à vier jaar zien we nu stilletjesaan de eerste commerciële impact en zorgimpact van wat toen gezaaid is. Ik vind dat we met bescheiden middelen heel wat hebben gerealiseerd. Uiteraard is er nog veel werk – innovatie is immers een werk van lange adem – maar we hebben zeker een bewustzijnsverandering op gang gebracht. Ik denk bijvoorbeeld aan de visie die ontwikkeld werd rond gegevensdeling binnen zorg en welzijn in Vlaanderen.

Een recentere realisatie zijn de zorgproeftuinen.

Inderdaad, we zijn bij Flanders’ Care begonnen met een aantal demonstratieprojecten om de weg te wijzen naar toepassingen van nieuwe technologie. De volgende uitdaging is echter die innovaties over de hele bevolking uitrollen. Daarvoor heeft minister Lieten de zorgproeftuinen in het leven geroepen. De bedoeling daarvan is om innovaties op redelijk grote schaal in de praktijk bij zorggebruikers te brengen, met inzet van een voldoende kritische massa aan mensen en middelen.

Laten we het eens hebben over ICT in de Vlaamse zorgsector. Waar staan we volgens jou vandaag met het implementeren van het elektronisch medisch dossier (EMD) en het uitwisselen van patiëntengegevens?

We zijn nog heel ver verwijderd van het uiteindelijke doel. Bij huisartsen en bij thuisverpleging staan we wel al redelijk ver door invoering van een homolegeringssysteem, maar in de ouderenzorg en in de ziekenhuizen zitten we echt nog met een probleem. Meer dan de helft van de Vlaamse ziekenhuizen is momenteel op zoek naar een nieuw EPD. Dat zijn op zich al zeer complexe systemen, maar de weg ligt bovendien bezaaid met vele organisatorische, technische en financiele – obstakels. De ziekenhuisfinanciering voorziet in de eerste plaats niet in een rechtstreekse financiering van ICT, maar ook het marktaanbod is een probleem. Vanuit internationale hoek is er weinig interesse omdat wij als een micromarkt beschouwd worden, die daarenboven nog moeilijk toegankelijk is omwille van de Belgische administratieve bijzonderheden, de ‘unieke’ standaarden en de taal.. En dat terwijl die pakketten steeds meer nodig zijn, met de ziekenhuisaccreditatie als belangrijke driver. De markt voor zorg specifieke software in Vlaanderen is bovendien nog inefficiënt: overschakelen tussen verschillende pakketten is vandaag nog heel moeilijk, dat moet echt gemakkelijker kunnen.

De universitaire ziekenhuizen staan toch al redelijk ver?

Er zijn reeds verschillende ziekenhuizen, vooral universitaire ziekenhuizen die al beschikken over geïntegreerde systemen die ook de klinische processen ondersteunen, maar.  Niet alle ziekenhuizen zijn klaar om  de overstap te maken naar een EPD gezien zijn groot impact op de oraganisatie in zijn geheel. Als je nog moet vertrekken van een resultatenserver in je ziekenhuis, dan is de stap naar het aansturen van klinische processen nog vrij groot.

Wat kunnen ziekenhuizen daaraan doen?

We kunnen bijvoorbeeld met een groep van ziekenhuizen naar de markt stappen. Dat is exact wat we met Zorgnet Vlaanderen doen en waar ook UZGent reeds een initiatief heeft genomen: met een significant aantal instellingen met dezelfde EPD visie naar de leveranciers stappen. Naast de aanschaf kunnen wij ook op  implementatievlak onderling samenwerken, bijvoorbeeld door een centraal implementatieteam en door praktijken uit te wisselen. Of je nu bijvoorbeeld in Lier of in Turnhout een EPD opzet voor een bepaalde medische specialiteit, bv cardiologie, de implementatie daarvan is in grote mate hetzelfde. Waarom zetten we dan niet enkele specialisten samen om het werk te delen en inzichten uit te wisselen? We kunnen ook werken in  de cloud, zoals UZ Leuven dat nu doet. Dat soort scenario’s zijn we nu aan het evalueren in samenspraak met UZGent.

In de VS is Epic Systems de dominante speler in de EPD-markt voor grote ziekenhuizen. De laatste tijd krijgt die wel kritiek omdat het systeem duur en gesloten zou zijn. Kunnen we daaruit lessen trekken voor Vlaanderen?

Wij kijken ook naar de internationale markt, inclusief Epic. Die zijn inderdaad heel duur, zeker voor ons in de huidige financieringscontext. We proberen ons te richten op een open filosofie, maar dan wel in het kader van het eHealth-platform. Interoperabilitiet – vooral in de geneeskunde –  is in momenteel een voorwaarde sine qua non, maar ik heb weinig vertrouwen  in de goede wil van de leveranciers om die openheid te verzekeren. Daar is duidelijk een rol voor de overheid weggelegd. De uitwisseling en communicatie van patiëntengegevens via het eHealth platform (oa. eHealthBox een beveiligde elektronische brievenbus voor de gezondheidszorg) is één van de belangrijkste realisaties van eHealth en wordt meer en meer gebruikt. De vraag is nu eerder hoe we het gebruik kunnen veralgemenen.

Voor de activering van de eHealth hubs voor de uitwisseling van gegevens tussen ziekenhuizen staan we toch nog voor een aantal uitdagingen. Problematisch zijn bijvoorbeeld de informed consents – het eHealth-systeem werkt immers op basis van een opt-in. Op dit ogenblik hebben nog maar heel weinig burgers hun toestemming gegeven, terwijl alles afhangt van een breed draagvlak. Dat is een zaak van alle actoren: de artsen, de ziekenhuizen, de ziekenfondsen, de overheid enzovoort.

Hoe ver staan we eigenlijk op het vlak van telemedicine, de zorg op afstand?

Als de basis in orde is, namelijk het EPD, de financiering en de regelgeving, dan zijn de toepassingen legio. In Nederland bijvoorbeeld wordt een raadpleging op afstand terugbetaald. Maar hier in Vlaanderen staan wij in de prille beginfaze. Een dokter heeft momenteel geen enkel financieel voordeel bij een raadpleging op afstand, en bovendien bestaat er onzekerheid wat betreft de aansprakelijkheid. Zolang die zaken bij ons niet uitgeklaard zijn, zal telemedicine een niche-activiteit blijven, beperkt tot onderzoeksprojecten en enkele early adopters.

En wat met de betrokkenheid van de patiënt? In hoeverre zal hij inzage krijgen in zijn gegevens en op die manier betrokken worden bij zijn zorg?

We zijn ons allemaal van bewust van het feit dat de patiënt een belangrijker participatieve rol zal spelen in zijn gezondheidsproces. Juridisch hebben patiënten recht op inzage in hun dossier, dus elektronisch moet dat ook georganiseerd worden. Heel eenvoudig is dat allemaal natuurlijk niet en een onbeperkte toegang tot bepaalde  gegevens is niet in alle situaties wenselijk, bijvoorbeeld voor bepaalde psychiatrische aandoeningen. Maar via het eHealth-platform zal men viewers aanbieden zodat patiënten inzage in hun gegevens krijgen. Sommige ziekenhuizen hebben nu al portals om patiënten te betrekken. Het gaat dus in de juiste richting.

Startup MIC Vlaanderen in de pers : “FastFinder software stelt snellere en betere diagnoses”

Een artikel met Wouter Uten: jonge informaticus, ondernemer en alumni van de MIC Health Accelerator !

Wouter Uten - Laatste Nieuws

Uitnodiging workshop: Subsidiekanalen voor innovatie in de ouderenzorg

zorg proeftuinen

 

23 april 2014
09u30 – 13u
Auditorium (0.06A), Ellipsgebouw Brussel

Vlaanderen en Europa bieden op heel wat verschillende manieren ondersteuning om innovatie in de ouderenzorg mogelijk te maken. Zorgactoren, bedrijven, publieke partners, onderzoeksinstellingen, etc. kunnen op tal van subsidiekanalen beroep doen. Nu de bomen door het bos nog zien…

Het Program Office van de Zorg Proeftuinen Vlaanderen (iMinds) organiseert daarom in samenwerking met het IWT, Agentschap Ondernemen, de Innovatiecentra en Flanders’ Care een workshop rond mogelijke subsidiekanalen voor zorginnovatieprojecten in de ouderenzorg. Deze workshop richt zich in de eerste plaats naar betrokkenen uit de Zorg Proeftuinen consortia, maar ook andere geïnteresseerden zijn van harte welkom!

De workshop gaat door op 23 april van 10 tot 13 uur in het Auditorium (lokaal 0.06A) van het Ellipsgebouw (Koning Albert-II laan 35, 1030 Brussel). Registratie start om 9.30 uur. Deelnemen kan gratis, maar gezien het beperkt aantal zitplaatsen raden wij aan tijdig in te schrijven via deze registratielink. Meer informatie over de sprekers en het programma vind je via onze website.

PO Zorg Proeftuinen – iMinds

Projectoproep Digitalisering Woonzorgcentra

De vier koepelverenigingen ouderenzorg, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw, Zorgnet Vlaanderen vzw, de Federatie Onafhankelijke Seniorenzorg vzw en FERUBEL Vlaanderen vzw hebben samen bijgedragen aan de opmaak van een roadbook voor de informatisering van de Vlaamse woonzorgcentra en dit op initiatief van en in goed overleg met het agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse overheid. Om delen van het roadbook te realiseren, met door de Vlaamse overheid beschikbaar gestelde  middelen, treden de vier koepels op als een tijdelijk consortium, gebonden door een consortiumovereenkomst. Dit consortium werd speciaal opgericht voor dit ICT-initiatief, om op deze manier met het initiatief alle door Vlaanderen erkende woonzorgcentra te bereiken en op gelijke wijze te behandelen, onafhankelijk van “zuil” of rechtsvorm (openbaar, vzw of privé). De betrokken koepelverenigingen (zie hieronder) vertegenwoordigen gezamenlijk quasi de totaliteit van alle woonzorgcentra.

In samenwerking tussen het consortium en de Stuurgroep van het programma wordt via verschillende kanalen een oproep gedaan voor indiening van aanvragen van projecten, prioritair voor deze zorgthema’s:

-        Transmurale zorg: informatiedoorstroming tussen de voorzieningen en met de zorgverstrekkers (incl. tussen WZC).
–        Zorgplanning: multidisciplinaire samenwerking binnen de muren van het WZC
–        Kwaliteitsbeleid: ondersteuning van het kwaliteitsbeleid door ICT toepassingen.
–        Apotheek: informatiseren van  het intern medicatieproces (voorschrijven – bewaren – distribueren – toedienen)

Centraal in de informatisering staat het Elektronisch BewonersDossier (EBD).  Meer detail is te vinden in het Roadbook dat zal gepubliceerd worden tezamen met de projectenoproep.

Daarbij zijn aandachtspunten, o.a.:
afstemming van de gegevensstromen op reeds bestaande of nog op te richten overheidskanalen en –gegevensbronnen is cruciaal. We denken hierbij aan de eHealth-basisdiensten en Vitalink.
gebruik maakt van technische en semantische standaarden met duurzaam karakter
projectresultaten genereert die compatibel zijn met de huidige oplossingen in de markt
aanleiding geeft tot een verbeterde registratie van de zorgactiviteiten

Door het consortium en de Stuurgroep is een procedure uitgewerkt voor evaluatie van de ingediende projectaanvragen, o.a.
voor de indiening van de projecten moet gebruik gemaakt worden van een aanvraagformulier met de verschillende criteria.
de evaluatie zal worden uitgevoerd door een selectiecomité, samengesteld uit een afgevaardigde van elk van de koepels, vier onafhankelijke experten en de voorzitter van de stuurgroep of zijn afgevaardigde.

De aanvragen moeten uiterlijk op donderdag 15/05/2014 om 12 uur zijn ingediend. Er zullen (identieke) informatiesessie’s plaatsvinden op donderdag 27/03 10u30-12u30 in de Raadzaal van het Provinciehuis te Leuven  en op vrijdag 28/03/2014 14u00-16u00 in het WZC Veilige Have Auditorium te Aalter,  inclusief een vraag en antwoord-sessie. De vragen die daar zullen behandeld worden zijn de vragen die door de geïnteresseerden tegen uiterlijk vrijdag 14/03/2014 werden bezorgd per mail aan eWZC@vlaanderen.be. Bovendien kunnen de geïnteresseerden terecht bij de koepels voor ondersteuning en begeleiding van de indieningen.

Coördinatie eWZC
Consortium van koepelverenigingen Ouderenzorg
Guimardstraat 1
1040 Brussel
eWZC@wvg.vlaanderen.be

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: