Een dienst voor persoonlijke medische dossiers in de Benelux?

 

Jan Van Emelen heeft al een lange carrière in de Belgische gezondheidszorg achter de rug. Hij heeft als arts gewerkt (zelfs in de tropen), hij adviseerde het kabinet Verhofstadt over gezondheidszorg, en momenteel is hij directeur innovatie bij een van de grootste Belgische ziekenfondsen, de Onafhankelijke Ziekenfondsen. In de loop der jaren nam Jan het voortouw bij talrijke inspanningen om de gezondheidszorg te transformeren, zowel lokaal als op Europees niveau. Vandaag is hij ook betrokken bij een technologie start up. Jan legt uit waarom.

Vertel ons eens over je missie van de afgelopen decennia, wat probeer je juist te veranderen?

Ik ben sinds een aantal jaren al aan het onderzoeken hoe we technologie kunnen inzetten om het beheer van chronische ziektes in ons land te verbeteren. Dat is essentieel omdat de zorgbehoeften van onze bevolking snel aan het veranderen zijn. Door de vergrijzing zijn we duidelijk aan het evolueren van een situatie van één pathologie per persoon naar een situatie waarbij een persoon doorgaans meerdere pathologieën heeft. Dit vraagt een heel andere manier van werken.

We hebben verandering nodig, maar helaas blijkt dat moeilijk tot stand te brengen. Ik heb geprobeerd wat beweging in de zaak te krijgen via de volksgezondheidsdiensten, via de politiek en via de ziekenfondsen, maar dat had allemaal weinig resultaat. Als je kijkt hoe andere landen de kwestie aanpakken, is het duidelijk dat je niet zomaar technologie op de bestaande gezondheidszorg kan plakken en dan kan verwachten dat het enige impact heeft. Het is daarentegen cruciaal dat we vertrekken van de business van de gezondheidszorg zelf, en dat we dan zoeken naar betere manieren om de gezondheidszorg te organiseren, ondersteund door technologie.

In Nederland bijvoorbeeld zijn een aantal ziekenfondsen, in samenwerking met huisartsennetwerken, aan het experimenteren met een webgebaseerde monitoringtool voor het beheer van specifieke zorgstromen, zoals antistollingsmiddelen, astma en diabetes. Bij antistollingsmiddelen helpt dit experiment patiënten om zelf meer verantwoordelijkheid te nemen, bijvoorbeeld om te controleren wanneer ze de dosering van hun medicatie moeten aanpassen. In België nemen meer dan 70.000 mensen antistollingsmedicatie, die allemaal nog het traditionele proces moeten doorlopen van frequente doktersbezoeken en bloedtesten. Er is duidelijk een betere manier om deze omstandigheden te beheren.

Dus je bent nu betrokken bij een technologiebedrijf?

Momenteel ben ik betrokken bij een project met een Vlaamse start up, FamilyWare. Ze bieden een soort online organiser voor families aan, met modules voor administratie, internetbankieren, adressen, foto’s, belangrijke documenten enzovoort. Ik ben hen aan het helpen met het ontwikkelen van een dienst voor persoonlijke medische dossiers, die de communicatie met artsen, apothekers, ziekenhuizen en ziekenfondsen stroomlijnt. Ons doel is tweeledig: we willen enerzijds een meer geïntegreerde zorg mogelijk maken, dat wil zeggen de samenwerking tussen eerste- en tweedelijnszorg verbeteren. Anderzijds willen we patiënten in staat stellen om meer verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid op zich te nemen. In een eerste fase hebben we gesproken met de huisartsenverenigingen en apotheken. In een tweede fase willen we ook de ziekenfondsen, de farmaceutische bedrijven en de producenten van medische apparatuur erbij betrekken.

En wat voor functionaliteit mogen we dan verwachten?

We ontwikkelen het product ziekte per ziekte. Voor diabetes bijvoorbeeld hebben we een online dagboek nodig, dat automatisch bijgewerkt kan worden door de persoonlijke glucosemeters van een patiënt. Dat systeem moet dan natuurlijk compatibel zijn met de meeste merken op de markt. Het product moet ook een kerndossier genereren voor behandelende artsen, een soort medische samenvatting die voldoet aan internationale semantische normen zoals HL7 en ICD10. Dat is cruciaal voor een doeltreffende informatie-uitwisseling tussen de artsen. Begeleidende hulpmiddelen zijn ook belangrijk, bijvoorbeeld om de patiënt te helpen bij het volgen van strenge regimes voor zijn dieet en medicatie. Meer dan de helft van de patiënten met een chronische ziekte neemt zijn medicijnen niet zoals het hoort, dus er is hier beslist nog potentieel om een significant verschil te maken. Dat is vooral belangrijk bij ziektes met moeilijke behandelingsregimes, zoals diabetes, de ziekte van Crohn of artritis. Gamification kan hier een sleutelrol spelen door een zekere mate van plezier in de zorg te introduceren.

Uiteraard zouden ook de administratieve aspecten van de gezondheidszorg door dit platform afgehandeld moeten worden, zoals het maken van afspraken bij de dokter en het uitzoeken van de juiste documenten voor het ziekenfonds. Daarom zijn ook de koppelingen met apotheken belangrijk.

Mocht dit lukken, dan zouden die gegevens toch een absolute schatkamer zijn?

Absoluut, want als we al die gegevens samenbrengen, creëren we in feite een tool voor risicobeheer, wat heel interessant is voor de ziekteverzekering. Op dit moment verzekeren we eenvoudigweg risico’s, terwijl we met zo’n tools ook de mogelijkheid hebben om risico’s te beheren. De gegevens zijn er al, we gebruiken ze gewoon nog niet naar behoren.

Wat zijn jullie doelstellingen en hoe gaan jullie deze waarmaken?

Er is een fundamenteel nieuwe aanpak van de gezondheidszorg nodig en we hopen in dat verband een bijdrage te leveren. Ons uitgangspunt is de patiënt. We zijn op kleine schaal praktische hulpmiddelen aan het ontwikkelen en we zullen geleidelijk aan uitbreiden door meer functionaliteit en partners toe te voegen. Op dit moment telt FamilyWare 18.000 geregistreerde gebruikers, waarvan ongeveer een derde regelmatig gebruikmaakt van de tools. We vragen hen nu om een kleine jaarlijkse vergoeding voor die premiumdiensten, maar ik denk dat we uiteindelijk naar een B2B-model gaan verschuiven waarbij de ziekenfondsen of anderen deze kosten op zich nemen.

We moeten alle belanghebbenden aan boord krijgen om te slagen. Daarom zijn we aan het praten met de artsen en apothekers. Meer zelfs, we zijn een model aan het creëren waarbij dokters en apothekers kunnen deelnemen als aandeelhouders van het platform. We moeten ook samen met de overheid kijken naar mogelijkheden voor publiek-private samenwerkingen. Dit is allemaal essentieel voor de duurzaamheid van het model. Er is geen gebrek aan proefprojecten in het hele eHealth-domein, maar het probleem is tot nu toe dat deze projecten doorgaans niet tot een duurzame verandering hebben geleid. De oorzaak is eenvoudig: door de huidige structuren is er geen enkele prikkel om de oude manier van werken te verlaten.

Zal het platform open zijn voor externe ontwikkelaars of voor leveranciers van complementaire diensten?

Jazeker, de ontwikkeling van een open platform is cruciaal, zodat andere diensten en apparaten er eenvoudig op kunnen aansluiten. Denk daarbij aan monitoringtoestellen, maar ook aan programma’s voor coaching en fitness. De dienst zal ook compatibel moeten zijn met andere systemen voor medische dossiers, zoals MediBridge (een populair systeem voor uitwisseling van informatie tussen zorgverstrekkers ) of het systeem van Kind en Gezin.

Wat zijn de grootste uitdagingen die je voor je ziet?

Laat me ten eerste Peter Piot citeren: “We hebben geen tijd te verliezen”. Piots werk in het behandelen van AIDS is een voorbeeld voor ons allen. Dat we vandaag succesvol AIDS kunnen behandelen, hebben we te danken aan o.a. Piots inspanningen om alle belanghebbenden bij elkaar te brengen om deze ziekte aan te kunnen. We hebben een gelijkaardige gedurfde aanpak nodig om chronische ziektes aan te pakken. Ten tweede moeten we functionaliteit introduceren die goed getest is en empirisch onderbouwd. In de gezondheidszorg is een gedisciplineerde en uiterst professionele aanpak van doorslaggevend belang. Uiteindelijk moeten we bewijzen dat we een significant verschil kunnen maken in de behandeling van chronische ziektes. Ten derde hebben we een haalbaar businessmodel nodig, zowel op korte als op lange termijn. Op korte termijn kijken we naar investeerders en behouden we een model waarbij de gebruiker betaalt, maar op lange termijn werken we aan een B2B-model waarin onze belanghebbenden kunnen deelnemen als aandeelhouders.

Geplaatst op 5 februari 2013, in Interview en getagd als , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: