24/7 Self-tracking!

door Christel De Maeyer

In de intro rond Personal Informatics werd de “myZeo”, het toestel dat slaap monitort, reeds kort toegelicht. Een ander device dat je lichaamsfuncties registreert, en ook in mijn onderzoek gebruikt wordt, is de “Body Media armband”… ook hier weer, een introductie:

De Body Media armband meet fysieke activiteit, stappen, calorieverbranding, calorie opname én slaap efficiëntie. Er zijn ook al vele andere types armbanden op de markt, zoals bv. “Jawbone Up”, “Lark Life”, “Fitbit Flex” en “Nike Fuel”, om er maar enkele te noemen. Maar de “Body Media” is anders dan die anderen. Deze armband heeft sensoren die, op de rechterarm, rechtstreeks contact maken met de huid. De ‘concurrentie’ werkt meestal met accelerometers en motion detectoren die rond de pols gedragen worden.

“Body Media” positioneert zichzelf vooral binnen de medische sector en heeft daarvoor ook een FDA-approval. In Europa wordt het toestel ook als dusdanig ingezet in die sector, terwijl in de US ook direct op consumenten gericht wordt. De andere devices zijn meestal enkel op de gewone consument gericht en richten zich dus eerder op preventieve zorg en niet op het medische aspect.

Het verschil tussen de twee benaderingen, sensoren op de huid of rondhangend aan de pols, geeft aanleiding tot de discussie over de accuraatheid van deze polsbandjes. We hebben deze verschillen ook al gezien bij de slaap apps en devices in het vorige artikel.

Laten we daarom de verschillende metingen voor “Body Media” even nader bekijken. De data worden gepresenteerd in een dashboard, met daarin een vereenvoudigde representatie van de gegevens. In de achterliggende database is wél veel meer detail opgenomen. Zo is er, net als bij “myZeo”, een meetinterval van 30 seconden. De precieze opbouw en architectuur van de sensoren en alle bijhorende details kan je op de bijhorende websites terugvinden.

Dia1

Fig 1 Algemeen dashboard met datagegevens

Dia2

Fig 2 Detail Sleep efficiëntie

Dia3

Fig 3 Detail fysieke activiteit en stappen

Dia4

Fig 4 vergelijkende data van fysieke activiteit met Runkeeper op het zelfde tijdstip – lopen en tai chi sessie

Dia5

Fig 5 Uitgezoomde gegevens van calorieverbranding

Dia6

Fig 6 Personal bests

Waarom gebruik je deze tools? Of net niet?

‘Personal Informatics’ of ‘Quantified Self’ -tools worden meestal gebruikt om zichzelf beter te leren kennen, de mogelijkheid te hebben om aan zelfevaluatie of zelfreflectie te doen en indien nodig iets te doen met de gegevens die je verzameld hebt. Dat verzamelen kan gebeuren op twee verschillende manieren. Er is een ‘a-sychrone’ en een ‘synchrone’ synchronisatie mogelijk. Concreet synchroniseer je bij de “Body Media” armband in Europa, je data met een USB kabel (= a-synchroon) naar een website, waarvan hierboven enkele afbeeldingen worden getoond. Bij mobiele apps zoals “Runkeeper” of zoals met de meeste armbandjes zoals “Lark Life” en “Fitbit Flex” is er een realtime synchronisatie met de mobiele applicatie (=synchroon).

De voordelen van realtime synchronisatie zijn evident; er kan onmiddellijk feedback gegeven worden, en de gebruiker kan ook in realtime gemotiveerd worden om ‘the extra mile’ nog te doen. Men moet echter opletten dat het toestel of applicatie door deze manier van werken geen irritatie opwekt of té aanwezig is door de constante feedback. Het zou goed zijn moest de gebruiker in zijn voorkeuren kunnen aangeven hoe hij deze toestellen of apps liefst gebruikt.

De a-synchrone manier van werken heeft ook voordelen. Uit onderzoek blijkt dat gebruikers graag hun data op een rustige manier analyseren, om dan te kijken naar wat er bijgestuurd of verbeterd kan worden.

Wat te doen met de datagegevens?

Om een mooie historiek van je levensstijl te kunnen optekenen, is het best om dit soort toepassingen een langere periode gebruikten. Ideaal is een periode van een jaar, omdat je dan alle seizoenen hebt, vakantieperiodes en andere mijlpalen inclusief. Bij deze historiek kan je patronen ontdekken en dan gebruiken om kleine wijzigingen aan te brengen in je levensstijl indien jijzelf, of een coach misschien, dit nodig acht. We zien in ons onderzoek dat de toestellen of apps een snelle bewustmaking geven door de confrontatie met je persoonlijke cijfergegevens en de bijhorende link met bepaalde evenementen/gebeurtenissen uit je dagelijks leven. Wat eveneens duidelijk wordt, is dat participanten van gedrag willen veranderen maar dat dat niet altijd zo evident is.

Bij een 10 maanden durend slaaponderzoek hebben slechts 50% van onze deelnemers het de volledige periode volgehouden om zichzelf op te volgen en regelmatig te rapporteren. Verschillende redenen kwamen hierbij naar boven: slechtwerkende technologie zorgt voor een onmiddellijke afkeer om het toestel te gebruiken. Of, de participant voelt zich gecontroleerd (Hawthorne effect) en krijgt meer stress als hij er op wordt attent gemaakt dat hij langere periodes wakker ligt tijdens de nacht. Als deelnemers zien dat ze goed slapen valt ook de noodzaak om te (m)(w)eten weg, en daarbij dan ook de interesse. Anderen blijven wél geboeid en voelen zich gestimuleerd om een bepaalde houding aan te nemen, of om een bepaald gedrag vol te houden waarvan het effect direct meetbaar is. Om de nieuwe gewoontes die gecreëerd zijn vol te houden kan dit een belangrijke tool zijn.

Slaapoptimalisatie is op zich niet zo evident, en verschillende factoren zijn van invloed op ons slaappatroon, maar later meer daarover. Wat een device als “myZeo” niet meet, is slaap apnea of andere oorzaken zoals tumoren e.d.. Het is nu eenmaal geen medisch toestel.

Bij “Body Media” tracking, krijgen we een groter totaalbeeld van ons dagdagelijks leven. Maar zelfs hierdoor is aanpassing van de levensgewoontes geen evidentie. We zien in het onderzoek dat er heel wat contextuele factoren zijn die meespelen in het veranderen van gedrag. Zoals bijvoorbeeld het weer, familiale en/of professionele issues, tijdsbesteding, leefomgeving en ook wel discipline om iets te veranderen en het ‘karakter’ om die verandering vol te houden.

In een volgend artikel gaan we dieper in op wat mogelijke modellen kunnen zijn om mensen te begeleiden in het hele self-tracking en self-management proces.

Geplaatst op 13 maart 2013, in Personal Informatics en getagd als , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: