Innovatie in de Vlaamse zorgsector: een gesprek met Peter Raeymaekers

Na zijn jobs in technologietransfer en venture development aan de KU Leuven en Imec werd Peter Raeymaekers aangesteld tot adviseur innovatiebeleid van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Later werd hij coördinator van Flanders’ Care en sinds een jaar is hij nu actief bij Zorgnet Vlaanderen als stafmedewerker voor ICT. Kortom, Peter heeft een breed zicht op ICT-innovatie in de Vlaamse zorgsector.

Even een terugblik op je tijd bij Flanders’ Care: wat zijn volgens jou de belangrijkste realisaties van dit initiatief?

Flanders’ Care is erin geslaagd om de belangrijkste betrokkenen samen te brengen rond enkele concrete projecten. Dat is al een hele realisatie op zich, want dit soort samenwerking lag tot voor kort niet voor de hand. Na drie à vier jaar zien we nu stilletjesaan de eerste commerciële impact en zorgimpact van wat toen gezaaid is. Ik vind dat we met bescheiden middelen heel wat hebben gerealiseerd. Uiteraard is er nog veel werk – innovatie is immers een werk van lange adem – maar we hebben zeker een bewustzijnsverandering op gang gebracht. Ik denk bijvoorbeeld aan de visie die ontwikkeld werd rond gegevensdeling binnen zorg en welzijn in Vlaanderen.

Een recentere realisatie zijn de zorgproeftuinen.

Inderdaad, we zijn bij Flanders’ Care begonnen met een aantal demonstratieprojecten om de weg te wijzen naar toepassingen van nieuwe technologie. De volgende uitdaging is echter die innovaties over de hele bevolking uitrollen. Daarvoor heeft minister Lieten de zorgproeftuinen in het leven geroepen. De bedoeling daarvan is om innovaties op redelijk grote schaal in de praktijk bij zorggebruikers te brengen, met inzet van een voldoende kritische massa aan mensen en middelen.

Laten we het eens hebben over ICT in de Vlaamse zorgsector. Waar staan we volgens jou vandaag met het implementeren van het elektronisch medisch dossier (EMD) en het uitwisselen van patiëntengegevens?

We zijn nog heel ver verwijderd van het uiteindelijke doel. Bij huisartsen en bij thuisverpleging staan we wel al redelijk ver door invoering van een homolegeringssysteem, maar in de ouderenzorg en in de ziekenhuizen zitten we echt nog met een probleem. Meer dan de helft van de Vlaamse ziekenhuizen is momenteel op zoek naar een nieuw EPD. Dat zijn op zich al zeer complexe systemen, maar de weg ligt bovendien bezaaid met vele organisatorische, technische en financiele – obstakels. De ziekenhuisfinanciering voorziet in de eerste plaats niet in een rechtstreekse financiering van ICT, maar ook het marktaanbod is een probleem. Vanuit internationale hoek is er weinig interesse omdat wij als een micromarkt beschouwd worden, die daarenboven nog moeilijk toegankelijk is omwille van de Belgische administratieve bijzonderheden, de ‘unieke’ standaarden en de taal.. En dat terwijl die pakketten steeds meer nodig zijn, met de ziekenhuisaccreditatie als belangrijke driver. De markt voor zorg specifieke software in Vlaanderen is bovendien nog inefficiënt: overschakelen tussen verschillende pakketten is vandaag nog heel moeilijk, dat moet echt gemakkelijker kunnen.

De universitaire ziekenhuizen staan toch al redelijk ver?

Er zijn reeds verschillende ziekenhuizen, vooral universitaire ziekenhuizen die al beschikken over geïntegreerde systemen die ook de klinische processen ondersteunen, maar.  Niet alle ziekenhuizen zijn klaar om  de overstap te maken naar een EPD gezien zijn groot impact op de oraganisatie in zijn geheel. Als je nog moet vertrekken van een resultatenserver in je ziekenhuis, dan is de stap naar het aansturen van klinische processen nog vrij groot.

Wat kunnen ziekenhuizen daaraan doen?

We kunnen bijvoorbeeld met een groep van ziekenhuizen naar de markt stappen. Dat is exact wat we met Zorgnet Vlaanderen doen en waar ook UZGent reeds een initiatief heeft genomen: met een significant aantal instellingen met dezelfde EPD visie naar de leveranciers stappen. Naast de aanschaf kunnen wij ook op  implementatievlak onderling samenwerken, bijvoorbeeld door een centraal implementatieteam en door praktijken uit te wisselen. Of je nu bijvoorbeeld in Lier of in Turnhout een EPD opzet voor een bepaalde medische specialiteit, bv cardiologie, de implementatie daarvan is in grote mate hetzelfde. Waarom zetten we dan niet enkele specialisten samen om het werk te delen en inzichten uit te wisselen? We kunnen ook werken in  de cloud, zoals UZ Leuven dat nu doet. Dat soort scenario’s zijn we nu aan het evalueren in samenspraak met UZGent.

In de VS is Epic Systems de dominante speler in de EPD-markt voor grote ziekenhuizen. De laatste tijd krijgt die wel kritiek omdat het systeem duur en gesloten zou zijn. Kunnen we daaruit lessen trekken voor Vlaanderen?

Wij kijken ook naar de internationale markt, inclusief Epic. Die zijn inderdaad heel duur, zeker voor ons in de huidige financieringscontext. We proberen ons te richten op een open filosofie, maar dan wel in het kader van het eHealth-platform. Interoperabilitiet – vooral in de geneeskunde –  is in momenteel een voorwaarde sine qua non, maar ik heb weinig vertrouwen  in de goede wil van de leveranciers om die openheid te verzekeren. Daar is duidelijk een rol voor de overheid weggelegd. De uitwisseling en communicatie van patiëntengegevens via het eHealth platform (oa. eHealthBox een beveiligde elektronische brievenbus voor de gezondheidszorg) is één van de belangrijkste realisaties van eHealth en wordt meer en meer gebruikt. De vraag is nu eerder hoe we het gebruik kunnen veralgemenen.

Voor de activering van de eHealth hubs voor de uitwisseling van gegevens tussen ziekenhuizen staan we toch nog voor een aantal uitdagingen. Problematisch zijn bijvoorbeeld de informed consents – het eHealth-systeem werkt immers op basis van een opt-in. Op dit ogenblik hebben nog maar heel weinig burgers hun toestemming gegeven, terwijl alles afhangt van een breed draagvlak. Dat is een zaak van alle actoren: de artsen, de ziekenhuizen, de ziekenfondsen, de overheid enzovoort.

Hoe ver staan we eigenlijk op het vlak van telemedicine, de zorg op afstand?

Als de basis in orde is, namelijk het EPD, de financiering en de regelgeving, dan zijn de toepassingen legio. In Nederland bijvoorbeeld wordt een raadpleging op afstand terugbetaald. Maar hier in Vlaanderen staan wij in de prille beginfaze. Een dokter heeft momenteel geen enkel financieel voordeel bij een raadpleging op afstand, en bovendien bestaat er onzekerheid wat betreft de aansprakelijkheid. Zolang die zaken bij ons niet uitgeklaard zijn, zal telemedicine een niche-activiteit blijven, beperkt tot onderzoeksprojecten en enkele early adopters.

En wat met de betrokkenheid van de patiënt? In hoeverre zal hij inzage krijgen in zijn gegevens en op die manier betrokken worden bij zijn zorg?

We zijn ons allemaal van bewust van het feit dat de patiënt een belangrijker participatieve rol zal spelen in zijn gezondheidsproces. Juridisch hebben patiënten recht op inzage in hun dossier, dus elektronisch moet dat ook georganiseerd worden. Heel eenvoudig is dat allemaal natuurlijk niet en een onbeperkte toegang tot bepaalde  gegevens is niet in alle situaties wenselijk, bijvoorbeeld voor bepaalde psychiatrische aandoeningen. Maar via het eHealth-platform zal men viewers aanbieden zodat patiënten inzage in hun gegevens krijgen. Sommige ziekenhuizen hebben nu al portals om patiënten te betrekken. Het gaat dus in de juiste richting.

Geplaatst op 10 maart 2014, in Interview. Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: