Site-archief

Voka Health Community roept op naar innovatieve ideeën in de zorg

Banner call2014_webHet open innovatieplatform Voka Health Community is continu op zoek naar geniale ideeën die een werkelijke impact kunnen hebben op de vele zorggebruikers in België. Ook dit jaar geven we u de kans om uw idee over innovaties in de zorg te realiseren binnen onze business teams.

In de business teams van de Health Community bouwen we uw business case uit, brengen geëngageerde partners samen en helpen uw gezondheidsinnovaties waar te maken.

Wegens de nauwe betrokkenheid van Voka Health Community bij de verschillende proeftuinen, is er dit jaar extra aandacht voor het thema ouderenzorg. Deze proeftuinen stimuleren innovatie in de ouderenzorg om op termijn het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen die gepaard gaan met de vergrijzing van de Vlaamse bevolking.

Heeft u een concreet idee over innovaties in de (ouderen)zorg, dan is deze call zeker iets voor u!

Lees meer op de website van Voka Health Community.

Advertenties

Congres Voka Health Community–‘Ouderenzorg: een blik naar de toekomst’

bannerhalveimu

We leven steeds langer en we zullen in de toekomst nood hebben aan meer, maar ook andere vormen van ouderenzorg. Dat biedt kansen om het nog beter te doen in het belang van gebruikers, zorgaanbieders, ondernemers en de overheid. Over deze beloftevolle toekomst van de ouderenzorg gaat het congres van Voka Health Community op 30 september in Gent. Schrijf er u nu voor in.

Lees hierover meer op de website van Voka Health Community.

De rol van technologie in de thuiszorg

Luc Van GorpLuc Van Gorp is hoofd van het departement Gezondheidszorg van KHLim en voorzitter van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen. Hij weet dus het één en ander over hoe de gezondheidszorg zich ontwikkelt om de behoeften van onze vergrijzende bevolking aan te pakken. We spraken met Luc over de rol van technologie in de ouderenzorg, in de zorg van chronisch zieken en in de thuiszorg. 


Vertel ons eens over het gebruik van technologie in de thuiszorg. Ben je er optimistisch over?

Ja, maar technologie moet aan enkele belangrijke criteria voldoen als ze wil werken, als ze een gunstige invloed wil hebben. Het allerbelangrijkste is dat de technologie moet afgestemd zijn op de mensen die het gebruiken: je moet altijd het perspectief van de gebruikers in het achterhoofd houden.
Wit Gele Kruis logo
Als voorzitter van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen heb ik onlangs een tijdje ons verplegend personeel op hun ronde gevolgd, wat een enorme impact had op mijn denken en besluitvorming. Als buitenstaander begrijp je vaak niet hoe mensen achter die muren leven. Zonder oneerbiedig te willen zijn: het kan soms rauw zijn. Technologie lijkt doorgaans te zijn ontworpen voor een perfecte, ideale werkelijkheid. De werkelijkheid dient zich echter niet perfect aan, de huizen zijn niet perfect, de mensen en hun denken zijn niet perfect en ons eigen verplegend personeel is niet perfect. Al te vaak is ons perspectief gebaseerd op onze eigen thuisomgeving, maar de realiteit is dat heel veel mensen geen e-mail hebben, geen computers en iPads, en zij kunnen of willen dat ook niet altijd. Dat al die technologie bestaat, betekent nog niet dat iedere persoon er klaar voor is.

Maar technologie kan wel helpen? Of is er altijd weerstand?

Je kunt het verkeerd hebben, maar ook onverwacht juist. Als je een patiënt bijvoorbeeld een infuuspomp geeft om thuis te gebruiken maar die veel te complex is, gaat er wel eens per ongeluk een alarm af. Als er dan geen verplegend personeel aanwezig is, breekt er paniek uit… Aan de andere kant toont onderzoek dat het gebruik van Skype als communicatiemiddel tussen verpleegkundigen en patiënten een absolute meerwaarde kan hebben.Skype Je zou verwachten dat dat niet werkt omdat het onpersoonlijk is en de verbinding niet altijd perfect is, maar het tegendeel bleek waar te zijn: we ondervinden dat mensen meer bereid en geconcentreerd zijn wanneer ze via Skype communiceren. Ze maken zich klaar, kleden zich aan, richten zichzelf op voor het scherm en concentreren zich dan echt op het gesprek, meer nog dan in een face to face gesprek. Dat vonden we echt verrassend, maar je moet wel een heel proces doorlopen voordat je zo’n succes kunt boeken.

Kun je dat eens uitleggen? Wat zijn dan de succescriteria?

Neem het voorbeeld van matrassen die doorligwonden voorkomen. De perceptie die mensen van die matrassen hebben, is een rechtstreekse link met ernstig ziek zijn. Ze associëren die met ziekenhuizen, met het levenseinde. Wanneer een verpleegkundige zegt dat ze zo’n matras gaat meebrengen, doen mensen vaak alles om dit te vermijden. Dus we hebben dan een onderhandelingsproces nodig, we betrekken de familie erbij en we zeggen dat ze met een kussen mogen beginnen voor we de matras erbij halen. Je moet vertrouwen opbouwen, dan wordt er een relatie gevormd, pas dan komt de interventie en daarna de beoordeling of het werkt of niet. Dat proces noemen we onderhandelde zorg.

Bij het elektronisch verpleegkundig dossier zagen we iets gelijkaardigs. Voorafgaand aan de eerste uitrol waren kritische geluiden te horen bij zowel patiënten als verpleegkundigen. Ondanks dat de eerste implementaties kinderziektes kenden (problemen met de netwerkverbinding, servers niet bereikbaar), zagen we snel nadien dat het gebruik van het elektronisch verpleegdossier niet meer weg te denken is in het leven van de thuisverpleegkundige. Het is een onmisbaar instrument voor zowel verpleegkundige als patiënt in de thuissituatie. Verpleegkundigen kunnen zich niet meer voorstellen dat ze terug op de oude manier werken. En de huidige evoluties van instrumenten die gebruikt worden (bv. tablet PCs), maken het mogelijk dat nu ook foto’s genomen worden van bijvoorbeeld wonden. De wondheling kan op deze wijze beter worden opgevolgd, omdat je de genezing dag in dag uit met elkaar kan vergelijken. Het is verbazingwekkend hoe snel zich dat ontwikkelt. Het is een geweldig voorbeeld van een technologie die volledig geïntegreerd is in het denken en handelen van verplegend personeel. Patiënten houden er ook van: ze kunnen nu meekijken op het scherm, willen zien hoe de verpleger hun dossier bijwerkt enzovoort. Op voorwaarde dat het proces goed gepland is en er goede communicatie is, werkt dit.

Vertrouwen is dus de sleutel tot het opbouwen van een relatie, zodat je een interventie kunt onderhandelen…

Ja, en daarom is betrouwbaarheid van de technologie ook zo belangrijk. Neem bijvoorbeeld de persoonlijke alarmen, dat is technologie die ondertussen 25 jaar oud is. De patiënt hangt daarbij een apparaatje rond zijn hals met een knop waarop hij drukt als hij hulp nodig heeft. Je vraagt je misschien af of die technologie nog relevant is, waarom kunnen we daarvoor bijvoorbeeld geen gsm’s gebruiken? Maar die persoonlijke alarmen zijn uitzonderlijk betrouwbaar, je kunt ze zelfs mee in bad nemen. Als we mensen bezoeken om de technologie uit te leggen, drukken patiënten vaak zelf op de knop, eenvoudigweg om die te testen. Ze vinden dat gevoel van veiligheid dat de technologie hun biedt, dat gevoel van comfortabel thuis kunnen blijven, heel belangrijk. telemonitoring

Een ander voorbeeld: we werken momenteel via een project van telemonitoring met bloeddrukmeters die patiënten thuis kunnen gebruiken. Die zijn erg handig in het zorgproces, omdat ze op afstand kunnen detecteren of de bloeddruk in gevaarlijk gebied zit en zelfs de dokter kunnen waarschuwen. Maar het moet wel 100% betrouwbaar werken; 90% is niet voldoende in deze context. Voor onze eigen technologische gadgets zijn we gewend om 90% betrouwbaarheid te aanvaarden, maar hier kunnen we dat niet: patiënten accepteren dat niet omdat hun leven ervan afhangt.
Kortom, je hebt vertrouwen, betrouwbaarheid, relaties en het onderhandelingsproces nodig, en dan zal technologie de zorg fundamenteel veranderen.

Echt? Zal technologie zo’n drastische invloed hebben?

Ja, op voorwaarde dat de patiënt er beter van wordt. We zitten echt op een kantelpunt: technologie wordt nu als positief ervaren en zal dus de manier waarop we aan zorg doen veranderen en de kwaliteit ervan verbeteren. Maar dat alles enkel op voorwaarde dat het vertrouwen en de relatie wordt onderhouden. Dat vergt tijd en inspanningen, wat niet vanzelfsprekend is. De patiënt van vandaag is ook mondiger: ze kijken mee naar het scherm met jou, ze monitoren hun eigen bloeddruk en zien de resultaten, ze weten wat die betekenen en trekken hun eigen conclusies. Dat verandert de hele relatie tussen patiënt en zorgverlener.

Je zegt dat de zorg fundamenteel zal veranderen. Wat voor veranderingen verwacht je dan precies?

Ik kan het niet helemaal uitleggen omdat een toekomstscenario nog steeds moeilijk te bevatten is. Het is een ontwikkeling, vooral in de relatie tussen patiënt en zorgverlener. Neem het voorbeeld met Skype: dat was onverwacht, de relatie verandert, maar het is moeilijk om te vatten hoe exact. Patiënten reageren meer in plaats van eenvoudigweg te ondergaan. Technologie helpt patiënten om sterker voor de dag te komen, meer te weten. Wanneer ze de eigenaar worden van hun medisch dossier, beslissen ze zelf wie toegang heeft, welke familieleden, misschien zelfs de poetsvrouw. Het zal niet meer het voorrecht van de zorgverlener zijn.

Wat ik wel denk is dat het hele idee van emancipatie van de patiënt verkeerd begrepen wordt. Technologie brengt patiënten niet terug tot de toestand van pre-patiënt. Ze zijn nog altijd ziek en hebben nog altijd zorg nodig. In de relatie tussen zorgverlener en patiënt blijft er altijd een zekere mate van afhankelijkheid bestaan. Ik denk dat we ons meer moeten focussen op betrokkenheid van de patiënt, wat iets anders is. Stel dat ik bijvoorbeeld een goede camera wil kopen en één van mijn vooroordelen is dat ik een camera van 1000 euro nodig heb. Een goede fotozaak die ik bezoek, luistert eerst naar mijn behoeften en capaciteiten en raadt me dan bijvoorbeeld een camera van 500 euro aan. Ik beslis dan nog altijd zelf, maar de verkoper heeft me bij de beslissing betrokken. Bij financieel advies werkt het proces gelijkaardig: de raadgever luistert naar je noden en adviseert je, betrekt je bij zijn advies om een betere beslissing te nemen, maar uiteindelijk beslis jij zelf. In de houding ‘Ik denk wel dat ik weet wat goed voor u is, maar u beslist zelf’ staat niet emancipatie centraal, maar betrokkenheid.

Als je die houding nu wil toepassen op gezondheidszorg, dan zal je snel beseffen dat dat lastig wordt omdat elke persoon, elke relatie verschillend is, waardoor het meer tijd in beslag neemt. Dat is wat bedoeld wordt met onderhandelde zorg. Technologie enkel inzetten om zaken sneller te doen, is niet goed. Een goede verkoper begrijpt dat, dus misschien moeten we in de zorg meer als verkopers denken en werken…

Welk advies heb je dan voor ontwikkelaars van technologie en start-ups in deze sector?

Loop mee in de zorg! Ga eens mee met een verpleegkundige, observeer hoe die relaties verlopen. Ik heb dat gedaan en het heeft me sterk beïnvloed. Maar al te vaak merk ik dat ontwikkelaars van technologie de zorg niet begrijpen. Maar ook andersom: wij moeten van technologie en van andere sectoren leren. We zijn bijvoorbeeld Essers gaan bezoeken, een geweldig bedrijf in de logistieke sector. Dat begon toen we mensen van Essers op een reis in China ontmoetten en zij ons vroegen of we met auto’s rondrijden. Dat was een belangrijke aha-ervaring voor ons, want toen beseften we dat dat logistiek is! We leren nu van hen over routeplanning, herbevoorrading enzovoort. We zouden Essers bijvoorbeeld ’s nachts ons verplegend personeel kunnen laten bevoorraden. Als we hen duplicaten van de autosleutels geven, kunnen ze in de koffer voor de bevoorrading. Ons verplegend personeel zou daardoor heel wat tijd uitsparen, zodat ze zich kunnen focussen op de zorg in plaats van op logistiek.

Wit Gele Kruis wagen

Digitale innovatie in de ouderenzorg

Bart ColletEen gesprek met Bart Collet, expert in digitale gezondheid en eigenaar van een bejaardentehuis

Wie de wereld van digitale gezondheid in Vlaanderen betreedt, kan niet om Bart Collet heen. Sinds 2005 al evalueert Bart draadloze oplossingen voor toezicht en communicatie in de gezondheidszorg en hij wordt ondertussen internationaal erkend als pleitbezorger van mHealth (mobile health). Hij is medeoprichter van HealthStartup Europe, een reeks conferenties in Europese steden over digitale gezondheid. Hij is ook de initiatiefnemer van Zorgbeheer.com, een internetplatform voor captains of care dat hij in 2006 lanceerde, en in zijn dagelijks werk is hij eigenaar en directeur van een Antwerps bejaardentehuis. We vroegen Bart hoe het web en mobiele technologieën de ouderenzorg aan het veranderen zijn.

Welke rol speelt technologie in de ouderenzorg?

Gezien de vergrijzing van onze bevolking is ouderenzorg duidelijk van cruciaal belang. Een steeds groter aandeel van de bevolking zal immers zorg nodig hebben, terwijl we geconfronteerd worden met lagere budgetten in de gezondheidszorg en een tekort aan personeel. Technologie kan ongetwijfeld een sleutelrol spelen als we deze uitdaging willen aanpakken, maar import-export zal even belangrijk zijn.

Import-export? Wat bedoel je?

Enerzijds moeten we werknemers in de gezondheidszorg importeren uit het buitenland om aan de vraag te kunnen blijven voldoen, maar anderzijds vermoed ik dat we ook onze ouderen gaan beginnen ‘exporteren’. We zien dat al gebeuren met Duitse ouderen die kiezen voor residentiële zorg in Oost-Europa, omdat het daar zoveel goedkoper is. Ik heb bijvoorbeeld het aanbod gekregen om een zorginstelling voor ouderen te helpen opzetten aan de Kroatische kust. Het weer is er schitterend en het is er veel gemakkelijker en goedkoper om competent personeel te vinden. Het is een interessant voorstel, dat ik het overwegen waard vind.

Dat klinkt geweldig! Maar laten we het nu over technologie hebben.

De belangrijkste rol die technologie kan spelen is de ouderen uit de residentiële zorg houden. Ouderenzorg doorloopt immers minstens drie fasen, te beginnen met thuiszorg, naar begeleid wonen (in een assistentiewoning of een service flat) en uiteindelijk tot een woonzorgcentrum. We moeten erop toezien dat mensen in staat zijn om zo lang mogelijk thuis te blijven, daarbij ondersteund door technologie en zorgverlening aan huis. We moeten ook veel meer assistentiewoningen bouwen. Nieuwe technologieën kunnen een aanzienlijke rol spelen in deze eerste twee fasen, maar slechts in mindere mate in de derde.

Hoe bedoel je?

Wel, laten we eerst eens naar thuiszorg kijken. Je kunt bijvoorbeeld thuiszorgmedewerkers uitrusten met mobiele apparaten en apps die hen helpen met hun zorgtaken en de planning van hun ritten. De omstandigheden wijzigen immers constant, dus een tool die hun dagelijkse ronde van bezoeken realtime herconfigureert en optimaliseert zou voor hen een enorme hulp zijn, het zou hun heel wat tijd besparen. Eenmaal ter plaatse bij een klant zou de zorgverlener bovendien toegang moeten hebben tot actuele medische dossiers. Deze zouden we zelfs automatisch naar de smartphone of het tablet van de zorgverlener kunnen pushen dankzij een locatiegebaseerde dienst. En als de verpleegster wordt geconfronteerd met een situatie waarin hij of zij zich onzeker voelt, bijvoorbeeld een wonde die ze nog nooit heeft gezien of behandeld, dan moet ze online toegang krijgen tot beslissingsondersteunende hulpmiddelen en instructievideo’s. Al deze scenario’s zijn al mogelijk, maar de technologie wordt momenteel nog niet naar behoren gebruikt in de thuiszorg. Ik ken een aantal bedrijven die dat probleem proberen aan te pakken – bijvoorbeeld MCH+ in Nederland (nu onderdeel van PCMS.helpLine Software Group uit Duitsland) – maar er is nog veel werk aan de winkel.

En hoe zit het met hulpmiddelen voor de klant, de oudere persoon?

Dit is een enorme markt aan het worden, met tal van beschikbare hulpmiddelen. Bij thuiszorg hebben de mensen slechts toegang tot een beperkt aantal uren zorg per dag; de rest van de dag zijn ze alleen thuis. Telemonitoringoplossingen die gebruik maken van allerlei sensoren in huis – bijvoorbeeld op de deuren, het bed, het toilet – kunnen zorgverleners of familie waarschuwen als er iets mis is of er zich een abnormale situatie voordoet. Deze oplossingen worden gekalibreerd door meerdere dagen lang ‘normale’ activiteit bij te houden. Als ze daarna dan abnormale patronen detecteren, zenden ze waarschuwingen uit. Met privacyoverwegingen wordt er rekening gehouden, omdat zo’n oplossingen geen beeld of video registreren; ze volgen eenvoudigweg abstracte gedragspatronen op.

Andere oplossingen helpen de mensen dan weer in het contact met hun gemeenschap en sociale kring. Cubigo bijvoorbeeld is een online platform dat ouderen helpt om met hun lokale gemeenschap te communiceren. Zo kunnen ze via het platform een afspraak met hun dokter maken of de buren vragen om te helpen naar de winkel te gaan. Het is een oplossing die de ondersteuning aanboort die informeel al beschikbaar is door vrijwilligers in de lokale gemeenschap, vaak andere ouderen, en door diensten zoals het postkantoor, openbaar vervoer enzovoort.

In assistentiewoningen is het gebied van domotica heel dynamisch. Sensoren zijn bruikbaar voor valdetectie, branddetectie en een betere veiligheid in het algemeen, en spraakherkenningssoftware kan bewoners helpen om hun verlichting en huishoudtoestellen op afstand te besturen. En grotere schermen en toetsenborden helpen mensen om te communiceren. Wil je een idee krijgen van hoe zo’n woningen er in de toekomst uitzien, neem dan eens een kijkje bij Carehome of the Future (onderdeel van Living Tomorrow en Personalized Residence of the Future (PRoF).

En wat met woonzorgcentra?

Als je technologie aan een zorginstelling wil verkopen, moet je twee belangrijke criteria in gedachten houden: ten eerste kostenefficiëntie en ten tweede je medewerkers tevreden houden. Ongeacht andersluidende verklaringen blijft bovendien de administratieve overlast jaar over jaar stijgen. Alle inspanningen die vervelende routinetaken verminderen en die het werk hier leuk en bevredigend maken zijn de moeite waard. Het aantrekken en behouden van medewerkers is heel belangrijk in deze sector. Ik vind dat technologie in dat verband een belangrijke rol kan spelen: het kan het leven van de medewerkers gemakkelijker maken, en het positioneert het woonzorgcentrum als een coole, dynamische plaats om te werken. Je moet een magneetinstelling durven zijn.

Ik zie in de interactie tussen zorgverleners ook nog heel wat mogelijkheden voor efficiëntiewinsten. De uitwisseling van gegevens tussen zorginstellingen, labo’s en de overheid is momenteel nog steeds immens tijdrovend en omslachtig. Dat kan nog enorm verbeterd worden.

Bart Collet geïnterviewd door Frank Boermeester.

%d bloggers liken dit: