Site-archief

De rol van technologie in de thuiszorg

Luc Van GorpLuc Van Gorp is hoofd van het departement Gezondheidszorg van KHLim en voorzitter van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen. Hij weet dus het één en ander over hoe de gezondheidszorg zich ontwikkelt om de behoeften van onze vergrijzende bevolking aan te pakken. We spraken met Luc over de rol van technologie in de ouderenzorg, in de zorg van chronisch zieken en in de thuiszorg. 


Vertel ons eens over het gebruik van technologie in de thuiszorg. Ben je er optimistisch over?

Ja, maar technologie moet aan enkele belangrijke criteria voldoen als ze wil werken, als ze een gunstige invloed wil hebben. Het allerbelangrijkste is dat de technologie moet afgestemd zijn op de mensen die het gebruiken: je moet altijd het perspectief van de gebruikers in het achterhoofd houden.
Wit Gele Kruis logo
Als voorzitter van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen heb ik onlangs een tijdje ons verplegend personeel op hun ronde gevolgd, wat een enorme impact had op mijn denken en besluitvorming. Als buitenstaander begrijp je vaak niet hoe mensen achter die muren leven. Zonder oneerbiedig te willen zijn: het kan soms rauw zijn. Technologie lijkt doorgaans te zijn ontworpen voor een perfecte, ideale werkelijkheid. De werkelijkheid dient zich echter niet perfect aan, de huizen zijn niet perfect, de mensen en hun denken zijn niet perfect en ons eigen verplegend personeel is niet perfect. Al te vaak is ons perspectief gebaseerd op onze eigen thuisomgeving, maar de realiteit is dat heel veel mensen geen e-mail hebben, geen computers en iPads, en zij kunnen of willen dat ook niet altijd. Dat al die technologie bestaat, betekent nog niet dat iedere persoon er klaar voor is.

Maar technologie kan wel helpen? Of is er altijd weerstand?

Je kunt het verkeerd hebben, maar ook onverwacht juist. Als je een patiënt bijvoorbeeld een infuuspomp geeft om thuis te gebruiken maar die veel te complex is, gaat er wel eens per ongeluk een alarm af. Als er dan geen verplegend personeel aanwezig is, breekt er paniek uit… Aan de andere kant toont onderzoek dat het gebruik van Skype als communicatiemiddel tussen verpleegkundigen en patiënten een absolute meerwaarde kan hebben.Skype Je zou verwachten dat dat niet werkt omdat het onpersoonlijk is en de verbinding niet altijd perfect is, maar het tegendeel bleek waar te zijn: we ondervinden dat mensen meer bereid en geconcentreerd zijn wanneer ze via Skype communiceren. Ze maken zich klaar, kleden zich aan, richten zichzelf op voor het scherm en concentreren zich dan echt op het gesprek, meer nog dan in een face to face gesprek. Dat vonden we echt verrassend, maar je moet wel een heel proces doorlopen voordat je zo’n succes kunt boeken.

Kun je dat eens uitleggen? Wat zijn dan de succescriteria?

Neem het voorbeeld van matrassen die doorligwonden voorkomen. De perceptie die mensen van die matrassen hebben, is een rechtstreekse link met ernstig ziek zijn. Ze associëren die met ziekenhuizen, met het levenseinde. Wanneer een verpleegkundige zegt dat ze zo’n matras gaat meebrengen, doen mensen vaak alles om dit te vermijden. Dus we hebben dan een onderhandelingsproces nodig, we betrekken de familie erbij en we zeggen dat ze met een kussen mogen beginnen voor we de matras erbij halen. Je moet vertrouwen opbouwen, dan wordt er een relatie gevormd, pas dan komt de interventie en daarna de beoordeling of het werkt of niet. Dat proces noemen we onderhandelde zorg.

Bij het elektronisch verpleegkundig dossier zagen we iets gelijkaardigs. Voorafgaand aan de eerste uitrol waren kritische geluiden te horen bij zowel patiënten als verpleegkundigen. Ondanks dat de eerste implementaties kinderziektes kenden (problemen met de netwerkverbinding, servers niet bereikbaar), zagen we snel nadien dat het gebruik van het elektronisch verpleegdossier niet meer weg te denken is in het leven van de thuisverpleegkundige. Het is een onmisbaar instrument voor zowel verpleegkundige als patiënt in de thuissituatie. Verpleegkundigen kunnen zich niet meer voorstellen dat ze terug op de oude manier werken. En de huidige evoluties van instrumenten die gebruikt worden (bv. tablet PCs), maken het mogelijk dat nu ook foto’s genomen worden van bijvoorbeeld wonden. De wondheling kan op deze wijze beter worden opgevolgd, omdat je de genezing dag in dag uit met elkaar kan vergelijken. Het is verbazingwekkend hoe snel zich dat ontwikkelt. Het is een geweldig voorbeeld van een technologie die volledig geïntegreerd is in het denken en handelen van verplegend personeel. Patiënten houden er ook van: ze kunnen nu meekijken op het scherm, willen zien hoe de verpleger hun dossier bijwerkt enzovoort. Op voorwaarde dat het proces goed gepland is en er goede communicatie is, werkt dit.

Vertrouwen is dus de sleutel tot het opbouwen van een relatie, zodat je een interventie kunt onderhandelen…

Ja, en daarom is betrouwbaarheid van de technologie ook zo belangrijk. Neem bijvoorbeeld de persoonlijke alarmen, dat is technologie die ondertussen 25 jaar oud is. De patiënt hangt daarbij een apparaatje rond zijn hals met een knop waarop hij drukt als hij hulp nodig heeft. Je vraagt je misschien af of die technologie nog relevant is, waarom kunnen we daarvoor bijvoorbeeld geen gsm’s gebruiken? Maar die persoonlijke alarmen zijn uitzonderlijk betrouwbaar, je kunt ze zelfs mee in bad nemen. Als we mensen bezoeken om de technologie uit te leggen, drukken patiënten vaak zelf op de knop, eenvoudigweg om die te testen. Ze vinden dat gevoel van veiligheid dat de technologie hun biedt, dat gevoel van comfortabel thuis kunnen blijven, heel belangrijk. telemonitoring

Een ander voorbeeld: we werken momenteel via een project van telemonitoring met bloeddrukmeters die patiënten thuis kunnen gebruiken. Die zijn erg handig in het zorgproces, omdat ze op afstand kunnen detecteren of de bloeddruk in gevaarlijk gebied zit en zelfs de dokter kunnen waarschuwen. Maar het moet wel 100% betrouwbaar werken; 90% is niet voldoende in deze context. Voor onze eigen technologische gadgets zijn we gewend om 90% betrouwbaarheid te aanvaarden, maar hier kunnen we dat niet: patiënten accepteren dat niet omdat hun leven ervan afhangt.
Kortom, je hebt vertrouwen, betrouwbaarheid, relaties en het onderhandelingsproces nodig, en dan zal technologie de zorg fundamenteel veranderen.

Echt? Zal technologie zo’n drastische invloed hebben?

Ja, op voorwaarde dat de patiënt er beter van wordt. We zitten echt op een kantelpunt: technologie wordt nu als positief ervaren en zal dus de manier waarop we aan zorg doen veranderen en de kwaliteit ervan verbeteren. Maar dat alles enkel op voorwaarde dat het vertrouwen en de relatie wordt onderhouden. Dat vergt tijd en inspanningen, wat niet vanzelfsprekend is. De patiënt van vandaag is ook mondiger: ze kijken mee naar het scherm met jou, ze monitoren hun eigen bloeddruk en zien de resultaten, ze weten wat die betekenen en trekken hun eigen conclusies. Dat verandert de hele relatie tussen patiënt en zorgverlener.

Je zegt dat de zorg fundamenteel zal veranderen. Wat voor veranderingen verwacht je dan precies?

Ik kan het niet helemaal uitleggen omdat een toekomstscenario nog steeds moeilijk te bevatten is. Het is een ontwikkeling, vooral in de relatie tussen patiënt en zorgverlener. Neem het voorbeeld met Skype: dat was onverwacht, de relatie verandert, maar het is moeilijk om te vatten hoe exact. Patiënten reageren meer in plaats van eenvoudigweg te ondergaan. Technologie helpt patiënten om sterker voor de dag te komen, meer te weten. Wanneer ze de eigenaar worden van hun medisch dossier, beslissen ze zelf wie toegang heeft, welke familieleden, misschien zelfs de poetsvrouw. Het zal niet meer het voorrecht van de zorgverlener zijn.

Wat ik wel denk is dat het hele idee van emancipatie van de patiënt verkeerd begrepen wordt. Technologie brengt patiënten niet terug tot de toestand van pre-patiënt. Ze zijn nog altijd ziek en hebben nog altijd zorg nodig. In de relatie tussen zorgverlener en patiënt blijft er altijd een zekere mate van afhankelijkheid bestaan. Ik denk dat we ons meer moeten focussen op betrokkenheid van de patiënt, wat iets anders is. Stel dat ik bijvoorbeeld een goede camera wil kopen en één van mijn vooroordelen is dat ik een camera van 1000 euro nodig heb. Een goede fotozaak die ik bezoek, luistert eerst naar mijn behoeften en capaciteiten en raadt me dan bijvoorbeeld een camera van 500 euro aan. Ik beslis dan nog altijd zelf, maar de verkoper heeft me bij de beslissing betrokken. Bij financieel advies werkt het proces gelijkaardig: de raadgever luistert naar je noden en adviseert je, betrekt je bij zijn advies om een betere beslissing te nemen, maar uiteindelijk beslis jij zelf. In de houding ‘Ik denk wel dat ik weet wat goed voor u is, maar u beslist zelf’ staat niet emancipatie centraal, maar betrokkenheid.

Als je die houding nu wil toepassen op gezondheidszorg, dan zal je snel beseffen dat dat lastig wordt omdat elke persoon, elke relatie verschillend is, waardoor het meer tijd in beslag neemt. Dat is wat bedoeld wordt met onderhandelde zorg. Technologie enkel inzetten om zaken sneller te doen, is niet goed. Een goede verkoper begrijpt dat, dus misschien moeten we in de zorg meer als verkopers denken en werken…

Welk advies heb je dan voor ontwikkelaars van technologie en start-ups in deze sector?

Loop mee in de zorg! Ga eens mee met een verpleegkundige, observeer hoe die relaties verlopen. Ik heb dat gedaan en het heeft me sterk beïnvloed. Maar al te vaak merk ik dat ontwikkelaars van technologie de zorg niet begrijpen. Maar ook andersom: wij moeten van technologie en van andere sectoren leren. We zijn bijvoorbeeld Essers gaan bezoeken, een geweldig bedrijf in de logistieke sector. Dat begon toen we mensen van Essers op een reis in China ontmoetten en zij ons vroegen of we met auto’s rondrijden. Dat was een belangrijke aha-ervaring voor ons, want toen beseften we dat dat logistiek is! We leren nu van hen over routeplanning, herbevoorrading enzovoort. We zouden Essers bijvoorbeeld ’s nachts ons verplegend personeel kunnen laten bevoorraden. Als we hen duplicaten van de autosleutels geven, kunnen ze in de koffer voor de bevoorrading. Ons verplegend personeel zou daardoor heel wat tijd uitsparen, zodat ze zich kunnen focussen op de zorg in plaats van op logistiek.

Wit Gele Kruis wagen

Quantified Self – Conclusie

Christel De Maeyer

 

We hebben nu in een aantal artikels een bepaalde niche bekeken binnen het domein van self-tracking – Quantified Self;  met name de armband Body Media en het slaapmonitoring toestel myZeo.

Binnen het domein van Self-tracking komen heel veel apps en devices in de markt. Deze gaan van gadgets tot het meer professionele werk en daardoor hun ingang vinden in de preventieve zorg en de e-health. Veel van de gadgets en apps zijn gratis en daardoor alleen al fijn om ze voor een tijdje te bekijken en te gebruiken. Het is interessant om ze te evalueren en de gelijklopende kenmerken te ontdekken, de variëteit te ontdekken. Wat willen ze bereiken, hoe zijn de apps opgebouwd enzovoort?

Er zijn een aantal aspecten die we hier niet aangeraakt hebben maar toch belangrijk zijn om ook te bekijken en niet te vergeten. Privacy is er één van. Door het gebruik van deze apps en toestellen laat de gebruiker een enorme digitale footprint achter. We zien eigenlijk twee soorten van verzameling van data in een online omgeving. Er is de passieve verzameling; dit gebeurt door het gebruik van cookies bij websites, ook verschillende search-engines zijn passieve trackers maar er zijn ook andere sites die je internetgedrag bijhouden.

 

 

Verder is er ook de actieve tracking, waar de gebruiker spontaan een spoor achterlaat zoals zijn update’s op Facebook, Twitter, Foursquare, Flickr en andere sociale netwerken. Hier spreken we over een actieve participatie. Al deze data vormen de mogelijkheid om een digitaal profiel op te bouwen.

Al die data staan meestal op de servers van de bedrijven die de software of service aanbieden, en zijn dus eigenlijk eigenaar ervan. Deze data kan al dan niet in ons voordeel gebruikt worden. Dit opent dan ook een heel ander debat over het Quantified Self en in het algemeen over de privacy op het internet. Zoals altijd zijn er positieve en negatieve aspecten binnen deze services en aangeboden technologie.

Een positief aspect is dat er in de toekomst, via deze data, voorspellingen kunnen gedaan worden, bepaalde patronen ontdekt worden, die ons kunnen helpen om sneller in te grijpen naar aanleiding van bepaalde events in ons leven. Dit kan op individueel niveau maar ook op een populatie niveau.

Indien je, door een aggregatie te doen van alle data die je verzamelt als gebruiker, in één opslag kan zien wanneer er bepaalde events gebeuren kan je aan de hand van je digitale geschiedenis ook een roadmap maken voor de toekomst. ‘A roadmap to a more happy life’.

 

 

De data op individueel niveau analyseren kan ook heel ontnuchterend zijn. Het geeft misschien niet het beeld weer dat je van jezelf had. Dit kan zowel op een positieve manier als op een negatieve manier zijn. De apps en devices hebben geen emoties en kunnen dus heel rauw overkomen. Er is geen empathie, en het kan op die manier ook het zelfvertrouwen aantasten, maar ook positief beïnvloeden. Er zijn altijd de twee zijdes aan deze oplossingen waar een gebruiker ook wel bewust van moet zijn. Dit blijken dan ook redenen te zijn waarom een gebruiker zichzelf niet continue zal tracken, of sommige zaken liever opvolgt dan andere omdat er zo een positiever beeld gevormd wordt. Wanneer er een negatief effect is zal er sneller gestopt worden met het tracken van bepaalde parameters. Dit is allemaal afhankelijk van de persoonlijkheid uiteraard!

Al deze toepassingen staan nog in het begin van hun ontwikkeling. Allicht zal er nog veel veranderen in dit domein; vernieuwing, verbetering, nog meer aangepast naar de gebruikers. Maar het zal in ieder geval niet zomaar mee weg te denken zijn uit de digitale wereld! Stay tuned dus!

 

 

 

Hierbij nog een literatuurlijst – websites en apps die je nader kan bekijken, en je eigen gedrag even meten op verschillende vlakken.
Boeken:
The creative destruction of Medicine, Dr. Eric Topol
Mobile Persuasion, dr. BJ Fogg
The promise of sleep, Dr. Dement
Websites:
http://www.bjfogg.com/
http://quantifiedself.com/
http://www.personalinformatics.org/
Service and products
http://www.patientslikeme.com/
http://curetogether.com/
https://www.23andme.com/
http://www.scanadu.com/
http://www.bodymedia.com/
http://lark.com/products/larklife/experience
http://www.fitbit.com/
https://jawbone.com/
http://www.myzeo.com/sleep/
Apps
GPS for the soul – are you balanced? Stressed or in sync?: http://www.heartmath.org/
The Eatery – crowdsources eating evaluation: https://eatery.massivehealth.com/
Lift – keep track of your habits: http://lift.do/

Hack your lifestyle

Christel De Maeyer

Hoe hack je je levensstijl met slaapmonitoring?

Zoals reeds vermeld in eerdere artikels, startte ik in zomer 2010 met mijn slaap te monitoren via het myZeo toestel. Dit heb ik dagelijks gedaan gedurende een periode van iets minder dan 2 jaar. Vandaag monitor ik nog steeds mijn slaap maar nu met het Body Media toestel. Het myZeo toestel werkt met een hoofdband en sensoren die op je voorhoofd zitten en na die bijna 2 jaar tracking was ik blij om eindelijk ook terug zonder hoofdband te slapen, dus vandaar de break nu. Maar de slaap blijft me boeien en vandaar dat ik het, hoewel minder gedetailleerd, nog altijd nakijk. Wat daarbij mooi is om te zien, is dat mijn slaap heel stabiel blijft.

Waarom zo lang slaap monitoren?

Eerst en vooral was er het onderzoek dat ik had opgezet. Dit motiveerde me om verder mee te doen met mijn deelnemers om ook voor mezelf verdere evoluties te kunnen bekijken. Dat mijn eigen gebruik ook het nodige vertrouwen bij de deelnemers opwekt, spreekt voor zich.

Een andere reden om zolang slaap te monitoren is om een breder beeld te krijgen over jezelf, welke periodes je beter slaapt en welke niet. Hoe slaap je als je ziek bent? Kan er dan een correlatie gevonden worden met diepe slaap en REM slaap? Of hoe krijg je veel meer inzicht in slaap in het algemeen? Het geeft in ieder geval de mogelijkheid om patronen te ontdekken en daarbij te leren hoe je ermee kan omgaan om je leven aangenamer en productiever te maken, of zelfs om er gelukkiger van te worden!

 

We weten allemaal dat een goede nachtrust wonderen doet en ons mentaal veel sterker maakt. We kunnen dan beter tegen een stootje, kunnen helderder denken en we zijn er zelfs productiever door. Slaap is uiteraard heel persoonlijk en wordt door iedereen anders ervaren. Ik deel graag mijn eigen ervaringen en aanpassingen die er voor zorgen dat ik er naar uitkijk om te gaan slapen en mijn leven echt veel aangenamer hebben gemaakt.

Eén nadeel is dat ik tamelijk veel reis waardoor ik veeleisend word over hotelkamers, ook in het buitenland. Het is iets waar ik altijd naar kijk; een goede bed- en matraskwaliteit, (drukte van) omgeving, en dergelijk zaken meer.

De verschillende stappen in slaapkwaliteit

Tegenwoordig wordt er veel aandacht besteed aan matrassen, kussens en slaap hygiëne. Dit laatste is niet zo’n mooie benaming maar veeleer ook een algemene noemer om er op te duiden dat een slaapomgeving gebruikt moet worden voor wat ze dient, namelijk slapen, en niet om een entertainmentkamer te zijn. Met andere woorden, geen rommel in de kamer of televisies, geluidsinstallaties, telefoons en boekenkasten. Dit zijn allen afleiders om te gaan slapen. Bij Body Media bijvoorbeeld gaan ze er vanuit dat je slechts twee dingen doet in je slaapkamers, nl. seks hebben en slapen.

Verder is er ook onderzoek naar veranderingen in de slaapomgeving. Een investering in een nieuwe matras gaf onmiddellijk resultaat. In plaats van 8 à 9 keer per nacht wakker te worden, werd dit al beperkt tot 3 à 4 keer per nacht. En verder blijkt de kamer best volledig verduisterd te zijn, er is best geen extra verwarming (dus kamertemperatuur) en verder een zo minimalistisch mogelijke inrichting.

Nog belangrijker is het ontdekken van je levensritme en de impact van verschillende elementen die slaap beïnvloeden zoals alcohol, roken, koffie, late of zware maaltijden, late inspanningen zowel fysiek als mentaal. Deze spelen allemaal een rol binnen het optimaliseren van je slaap. Het is aan jezelf om te experimenteren met alles en dan er het beste uit te halen en aan te passen waar nodig.

Voor mezelf heb ik drie dingen bijna volledig gebannen uit mijn leven, dat is koffie, alcohol en roken. Alcohol had een enorme invloed op mijn slaap en reduceerde mijn diepe slaap en REM enorm, vooral als het meer dan één glas is, maar zelfs bij kleine inname, heeft dit al een grote impact en slaap ik veel onrustiger. Koffie is enkel nog bij het ontbijt iets waar ik naar uitkijk, daarna is er geen koffie meer.

Regelmaat, regelmaat, regelmaat

Een mens is een gewoontebeest, en daar ben ik het perfecte prototype van, weliswaar met kleine afwijkingen her en der.

Bij slaapoptimalisatie is het belangrijk om op ongeveer dezelfde tijdstippen per dag (in de mate van het mogelijke) te gaan slapen en op te staan, vooral het opstaan op hetzelfde uur is belangrijk. De reden waarom mensen op maandag meestal heel moe zijn, is omdat er een ander ritme wordt toegepast in het weekend. Dan slapen mensen vooral langer maar slaaptekort inhalen in het weekend is dus geen goed idee!

Door de toepassing van de reeds beschreven “quantified self”-methodes is het ontwaken een natuurlijk proces geworden. Er is geen wekker meer nodig om me wakker te maken; uurwerken en wekkers dienen enkel nog als referentiepunt als ik al eens wakker word gedurende de nacht. Het ontwaken gebeurt tussen 7.00 en 7.30 en het slapen gaan gebeurt tussen 10.30 en 11.00. Mijn gemiddelde slaap duurt 7.30 minuten tot 8.00, diepe slaap varieert tussen 45 tot 50 minuten, en REM 1u30 – 1u45 minuten, en val in slaap binnen de 5 minuten. Wakker worden tijdens de nacht, gebeurt 3 tot 6 keer, bewust of onbewust.

De ochtend is voor mezelf de meest productieve periode, en ook het beste moment om geconcentreerd te werken, beslissingen te nemen, belangrijke zaken af te handelen. Tussendoor probeer ik wat te bewegen, even te gaan lopen en tai chi sessies te doen van enkele minuten. Na de lunch, als het kan, een powernap doen die meestal een 30-tal minuutjes duurt. Deze heb ik ook een lange tijd gemeten en het goede hier is dat ik bijna onmiddellijk in REM ga, wat me helemaal herbront voor de namiddag. Tegen de late namiddag is er een periode van afbouw en werk ik andere zaken af die kortere aandacht nodig hebben of staan er verplaatsingen op mijn agenda.

Verder probeer ik bij het opstaan dat ene, lekkere tasje koffie te maken, na te denken over één doelstelling die ik moet bereiken die dag en probeer me daar aan te houden. Al wat er bij komt maakt me meer gelukkig.

 

Maaltijden worden op zelfde tijdstippen genomen, en afgestemd op mij biologische klok.

Kortom, dit alles zorgt voor een levensstijl van regelmaat in de mate van het mogelijke, met af en toe afwijkingen die het dagdagelijkse leven toch nog kleur geven.

Een kleine nota ter zijde: 15 jaar geleden had ik dit niet kunnen doen, de behoefte was er niet, mijn invulling van het leven was anders. Ik was toen veel minder bewust met al deze zaken bezig tot het plots nodig was en het zulk een goed gevoel creëerde dat ik van de structuur begon te houden. myZeo heeft me dus vooral bewust gemaakt van mijn (ontbreken van) regelmaat en heeft sterk geholpen om verdere optimalisatie te kunnen doen.

Ziektebeeld en diepe slaap

Na de lange periode van monitoren en hierbij mijn gemiddelde diepe slaap goed te (leren) kennen, zag ik op een bepaald moment een spectaculaire stijging van mijn diepe slaap. Deze liep op naar twee uur en meer en toch voelde ik me zo moe in de morgen. Mijn huisarts weet dat ik mezelf op deze manier monitor en vindt het heel interessant, dus heb ik hem gebeld met het nieuws. Hij nam bloedstaal van me af, en daaruit bleek dat er een infectie aanwezig was. Door de snelle respons (en daardoor het snel toedienen van de juiste medicatie) is mijn diepe slaap terug snel genormaliseerd.

Deze anekdote vertel ik al eens tijdens Quantified Self meetings en dan komen er automatisch ook andere verhalen naar boven bij anderen die gelijkaardige ervaringen hebben. Opgepast, myZeo is geen medisch toestel, het is dus ook geen diagnose toestel. Je kan vaststellingen doen na een lange periode van monitoring omdat de vaste patronen zich dan verduidelijken. En als er dan plots afwijkingen zijn kan je best overleggen met je huisarts over de resultaten van je monitoring.

 

Ter info: slaapkwaliteit
REM = Rapid Eye Movement, de droomfase, mentale recuperatie
Diepe slaap = fysieke recuperatie
Al wat daar tussen ligt is lichte slaap en eigenlijk te verwaarlozen in dit verband. Kwalitatieve slaap is meestal 1/3 van mijn totale slaapuren.

Gedragsverandering via zelf-monitoring

door Christel De Maeyer

Christel de Mayer In vorige artikels hebben we de data verzameling bekeken evenals hoe dit gebeurt en hoe de gevonden data kunnen geanalyseerd worden. We hebben het dashboard van de Body Media applicatie bekeken en de verschillende rapportjes bekeken die voortvloeien uit de synchronisatie van de sensoren.

Nu we die data hebben, kunnen we kijken hoe gedragsveranderingen plaatsvinden. In het geval van Body Media vraagt de web applicatie om doelstellingen te bepalen, hier zijn 3 mogelijke opties:

1. Gewicht verliezen

2. Fysieke activiteit verhogen

3. Blijven zoals je bent

Op basis van de doelstellingen die gekozen worden, wordt er een voorstel gedaan en wordt er berekend hoeveel tijd het zal nemen om je doelstellingen te bereiken. Dit is gebaseerd op je profiel dat je ook hebt moeten ingeven (geslacht, gewicht, slaap gewoontes, enz…). Je kan kiezen op welk temp je deze doelen wilt bereiken, sneller of trager en op basis van al deze gegevens zal de web applicatie je een aantal voorstellen doen. En zoals reeds eerder vermeld werd, hoe meer je het device gebruikt, hoe beter het systeem je leert kennen en hoe beter (lees: juister) de suggesties zijn.

We weten dat aanpassingen en nieuwe gewoontes creëren geen evidentie is. Het is op zich niet evident om te doen en er zijn heel wat factoren die er voor zorgen dat nieuwe gewoontes wel gecreëerd worden maar dikwijls niet worden volgehouden en omgezet worden in een routine.

quanself

Doelstellingen zijn belangrijk in dit proces. Een doelstelling plaatsen geeft hoop door de koppeling met de data geeft het de weg naar je doel weer. Het halen van de doelstelling of het proces er naartoe, en vooral ook die positieve evolutie zien, geeft een boost aan je zelfvertrouwen. Het wordt dan ook iets dat men wil handhaven en op die manier kunnen nieuwe handelingen worden omgezet in gewoontes, routines. Tijdens de gesprekken met de deelnemers van mijn onderzoek krijgen zo ook steevast het advies van te werken in babysteps. Vb. In plaats van als doelstelling “30 minuten lopen 3 maal per week”, te starten met “5 minuten lopen 1 keer per week”. Van daaruit kan stilletjes een opbouw gebeuren naar die “30 minuten 3 maal per week”. Belangrijk hierbij is dan ook de planning van zo een activiteit, zeker in het meestal drukke leven van vele mensen. Het goed gevoel dat hierbij wordt gecreëerd bij het bereiken van het uiteindelijke doel, zal er voor zorgen dat er een routine komt. De inspanning die je levert krijgt zo een duidelijk waarde als ‘me-time’, en dat motiveert.

Andere babysteps in fysieke activiteit zijn lunchwandelingen maken of vergaderwandeling, gewoontes die in België nog niet ingeburgerd zijn, maar wel hun nut tonen. Daardoor krijgen vergaderingen ook een andere dynamiek. De gesprekken zijn minder gespannen, de omgeving stimuleert anders denken.

Dit brengt ons bij factoren die gedrag beïnvloeden in zowel positieve als in negatieve zin.

In het onderzoek blijkt dat de weersomstandigheden een grote impact hebben op de Belgische deelnemers. Slecht weer zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen niet worden aangezet om naar buiten te gaan maar dat er eerder een cocoon-effect optreedt. Leven in de stad of eerder in het groen maakt het al dan niet gemakkelijker, aangenamer en toegankelijker om te gaan lopen, wandelen of fietsen.

Walk

Familiale omstandigheden zijn ook een factor met een bepalende rol. Indien de nieuwe gewoontes kunnen geïntegreerd worden in de familiale activiteiten (zoals de eetgewoontes) van de familie, zal dit er voor zorgen dat de integratie snel en gemakkelijk gebeurt. Indien dit niet kan zal de nieuwe gewoonte weinig kans hebben op slagen. Zelfs de samenstelling van het gezin heeft hier veel invloed op.

Family

Tenslotte werd de factor “tijd” als de meest blokkerende factor naar voorgebracht om meer fysieke activiteit in te plannen. “Tijd” in termen van work-life balans… er schiet weinig tijd over om recreatie te doen voor of na de werkuren. Het is soms moeilijk om deze balans tussen privé en werk te behouden. Een aantal deelnemers geeft ook aan te worden opgeslorpt door het “altijd geconnecteerd zijn”. Uit vorig onderzoek bleek dat mails checken en erop reageren veelal gebeurt zelfs nà de werkuren waardoor men het werk niet echt kan loslaten.

Voeding krijgt een hoge score in mijn onderzoek. De deelnemers gaan bewust om met voeding, gaan weinig uit eten en zien gezonde voeding als iets dat een belangrijke factor in hun leven is.

Lees meer in een volgend artikel over de verschillen tussen myZEO en Body Media over de slaapmeting, de slaapkwaliteit, de optimalisatie en vooral ook wat ik zelf heb geleerd tijdens 2 jaar monitoring!

24/7 Self-tracking!

door Christel De Maeyer

In de intro rond Personal Informatics werd de “myZeo”, het toestel dat slaap monitort, reeds kort toegelicht. Een ander device dat je lichaamsfuncties registreert, en ook in mijn onderzoek gebruikt wordt, is de “Body Media armband”… ook hier weer, een introductie:

De Body Media armband meet fysieke activiteit, stappen, calorieverbranding, calorie opname én slaap efficiëntie. Er zijn ook al vele andere types armbanden op de markt, zoals bv. “Jawbone Up”, “Lark Life”, “Fitbit Flex” en “Nike Fuel”, om er maar enkele te noemen. Maar de “Body Media” is anders dan die anderen. Deze armband heeft sensoren die, op de rechterarm, rechtstreeks contact maken met de huid. De ‘concurrentie’ werkt meestal met accelerometers en motion detectoren die rond de pols gedragen worden.

“Body Media” positioneert zichzelf vooral binnen de medische sector en heeft daarvoor ook een FDA-approval. In Europa wordt het toestel ook als dusdanig ingezet in die sector, terwijl in de US ook direct op consumenten gericht wordt. De andere devices zijn meestal enkel op de gewone consument gericht en richten zich dus eerder op preventieve zorg en niet op het medische aspect.

Het verschil tussen de twee benaderingen, sensoren op de huid of rondhangend aan de pols, geeft aanleiding tot de discussie over de accuraatheid van deze polsbandjes. We hebben deze verschillen ook al gezien bij de slaap apps en devices in het vorige artikel.

Laten we daarom de verschillende metingen voor “Body Media” even nader bekijken. De data worden gepresenteerd in een dashboard, met daarin een vereenvoudigde representatie van de gegevens. In de achterliggende database is wél veel meer detail opgenomen. Zo is er, net als bij “myZeo”, een meetinterval van 30 seconden. De precieze opbouw en architectuur van de sensoren en alle bijhorende details kan je op de bijhorende websites terugvinden.

Dia1

Fig 1 Algemeen dashboard met datagegevens

Dia2

Fig 2 Detail Sleep efficiëntie

Dia3

Fig 3 Detail fysieke activiteit en stappen

Dia4

Fig 4 vergelijkende data van fysieke activiteit met Runkeeper op het zelfde tijdstip – lopen en tai chi sessie

Dia5

Fig 5 Uitgezoomde gegevens van calorieverbranding

Dia6

Fig 6 Personal bests

Waarom gebruik je deze tools? Of net niet?

‘Personal Informatics’ of ‘Quantified Self’ -tools worden meestal gebruikt om zichzelf beter te leren kennen, de mogelijkheid te hebben om aan zelfevaluatie of zelfreflectie te doen en indien nodig iets te doen met de gegevens die je verzameld hebt. Dat verzamelen kan gebeuren op twee verschillende manieren. Er is een ‘a-sychrone’ en een ‘synchrone’ synchronisatie mogelijk. Concreet synchroniseer je bij de “Body Media” armband in Europa, je data met een USB kabel (= a-synchroon) naar een website, waarvan hierboven enkele afbeeldingen worden getoond. Bij mobiele apps zoals “Runkeeper” of zoals met de meeste armbandjes zoals “Lark Life” en “Fitbit Flex” is er een realtime synchronisatie met de mobiele applicatie (=synchroon).

De voordelen van realtime synchronisatie zijn evident; er kan onmiddellijk feedback gegeven worden, en de gebruiker kan ook in realtime gemotiveerd worden om ‘the extra mile’ nog te doen. Men moet echter opletten dat het toestel of applicatie door deze manier van werken geen irritatie opwekt of té aanwezig is door de constante feedback. Het zou goed zijn moest de gebruiker in zijn voorkeuren kunnen aangeven hoe hij deze toestellen of apps liefst gebruikt.

De a-synchrone manier van werken heeft ook voordelen. Uit onderzoek blijkt dat gebruikers graag hun data op een rustige manier analyseren, om dan te kijken naar wat er bijgestuurd of verbeterd kan worden.

Wat te doen met de datagegevens?

Om een mooie historiek van je levensstijl te kunnen optekenen, is het best om dit soort toepassingen een langere periode gebruikten. Ideaal is een periode van een jaar, omdat je dan alle seizoenen hebt, vakantieperiodes en andere mijlpalen inclusief. Bij deze historiek kan je patronen ontdekken en dan gebruiken om kleine wijzigingen aan te brengen in je levensstijl indien jijzelf, of een coach misschien, dit nodig acht. We zien in ons onderzoek dat de toestellen of apps een snelle bewustmaking geven door de confrontatie met je persoonlijke cijfergegevens en de bijhorende link met bepaalde evenementen/gebeurtenissen uit je dagelijks leven. Wat eveneens duidelijk wordt, is dat participanten van gedrag willen veranderen maar dat dat niet altijd zo evident is.

Bij een 10 maanden durend slaaponderzoek hebben slechts 50% van onze deelnemers het de volledige periode volgehouden om zichzelf op te volgen en regelmatig te rapporteren. Verschillende redenen kwamen hierbij naar boven: slechtwerkende technologie zorgt voor een onmiddellijke afkeer om het toestel te gebruiken. Of, de participant voelt zich gecontroleerd (Hawthorne effect) en krijgt meer stress als hij er op wordt attent gemaakt dat hij langere periodes wakker ligt tijdens de nacht. Als deelnemers zien dat ze goed slapen valt ook de noodzaak om te (m)(w)eten weg, en daarbij dan ook de interesse. Anderen blijven wél geboeid en voelen zich gestimuleerd om een bepaalde houding aan te nemen, of om een bepaald gedrag vol te houden waarvan het effect direct meetbaar is. Om de nieuwe gewoontes die gecreëerd zijn vol te houden kan dit een belangrijke tool zijn.

Slaapoptimalisatie is op zich niet zo evident, en verschillende factoren zijn van invloed op ons slaappatroon, maar later meer daarover. Wat een device als “myZeo” niet meet, is slaap apnea of andere oorzaken zoals tumoren e.d.. Het is nu eenmaal geen medisch toestel.

Bij “Body Media” tracking, krijgen we een groter totaalbeeld van ons dagdagelijks leven. Maar zelfs hierdoor is aanpassing van de levensgewoontes geen evidentie. We zien in het onderzoek dat er heel wat contextuele factoren zijn die meespelen in het veranderen van gedrag. Zoals bijvoorbeeld het weer, familiale en/of professionele issues, tijdsbesteding, leefomgeving en ook wel discipline om iets te veranderen en het ‘karakter’ om die verandering vol te houden.

In een volgend artikel gaan we dieper in op wat mogelijke modellen kunnen zijn om mensen te begeleiden in het hele self-tracking en self-management proces.

Een introductie naar Personal Informatics

door Christel De Maeyer

Intro

Christel de MayerOp een zonnige dag in het voorjaar van 2010 zag ik een berichtje van B.J. Fogg over ‘myZeo’, een toestel dat slaap monitort door middel van sensoren die hersengolven meten tijdens de slaap. Dit kleine berichtje was een kantelmoment in mijn reeds lange digitale carrière. Bij mijn volgend bezoek aan Stanford’s Persuasive Technology Lab (USA) deed ik dan ook wat graag mee aan een evaluatie van het toestel, om te kijken of het een gedragsverandering te weeg zou brengen en of ik mijn levensstijl zou aanpassen om een betere slaap te hebben, of misschien zelfs een optimalisatie van mijn levensstijl zou betekenen. Het Persuasive Technology Lab wordt geleid door Dr. B.J. Fogg, en we hadden al enkele conferenties georganiseerd in België rond gedragsverandering via technologie waardoor we elkaar al snel vonden in dit boeiend domein.

Een boeiende reis startte dus in voorjaar 2010. “Living by Numbers”, “Quantified Self”, “Personal Informatics”, allemaal benamingen van een nieuwe opkomende industrie binnen de brede digitale wereld die we vandaag al kennen. Vooral de samengang met de slogan “meten is weten” is hier treffend.

Al jaren ben ik geboeid door mijn slaap, ik slaap heel goed, maar ik was toch erg benieuwd naar wat er allemaal gebeurt tijdens deze nachtelijke periode in ons bestaan. Wanner vinden de verschillende slaapfases plaats, welke patronen zitten er in, hoe lang droom ik, hoeveel diepe slaap heb ik? Op welke momenten gebeurt dit? Allemaal vragen waar ik hoopte een antwoord op te krijgen…

“Quatified Self” of “Personal Informatics

Deze termen kennen ondertussen een brede waaier aan applicaties voor smartphones en de verkoop van wearable sensor devices loopt in deze markt als een trein. Maar zijn deze “gadgets” allemaal wel zo efficiënt, gebruiksvriendelijk of accuraat en zetten ze wel aan tot een (blijvende) gedragsverandering? Al deze vragen komen naar boven drijven bij het gebruik van deze apps en devices.

Daarom geef ik graag eerst een introductie over wat Personal Informatics zijn (Ian Li, 2010). PI zijn tools die mensen gebruiken om meer van zichzelf te weten te komen, zelfkennis op te bouwen, patronen te leren kennen over zichzelf, gewoontes herkennen, enz. Reflecteren over de data en waar nodig eventueel ingrijpen om een beter, productiever en misschien wel leuker en gelukkiger leven te leiden wordt nu mogelijk. Dit houdt dus een aantal opportuniteiten in maar tegelijkertijd zorgt het ook voor de ontrafeling van een complexe samenhang die gaat over discipline, motivatie, open staan voor verandering en een bredere kijk krijgen op het dagelijks leven. Met deze apps en toestellen zijn we zeker nog niet in een eindfase beland, we staan eerder aan het begin! Het is een groeiend domein dat vermoedelijk een belangrijke rol zal gaan spelen en misschien zelfs voor nieuwe vormen van gezondheidszorg zal kunnen zorgen.

Slaapverwekkend?

Voor slaaptracking bijvoorbeeld alleen al, zijn er tal van apps, maar ‘myZeo’ lijkt wel de meest gedetailleerde toepassing tot nu toe in zijn categorie. Dat brengt voor mij meteen de vraag mee wat het is, als gebruiker, dat je door het gebruik ervan wilt bereiken. En meer nog, wat wil het bedrijf achter ‘myZeo’ stimuleren bij de gebruiker?

Is het een weergave van je slaappatroon die enkel bewustmaking als doel heeft, of is een andere functionaliteit zoals een stille wekker ook belangrijk? Bij ‘myZeo’ kan je in ieder geval meer gedetailleerde info verkrijgen en zo echt werken met die data om een slaapoptimalisatie te bereiken.

PI-01 PI-02 PI-03

SleepCycle App
Lark Silent Wake
MyZeo bedside – mobile visual

Nu, hoe gaan mensen om met deze applicaties, wat willen ze eruit halen, zijn het gadgets of creëren deze toestellen en apps nieuwe mogelijkheden naar preventieve zorg of persoonlijke gezondheidszorg? In de bijhorende onderzoeksprojecten komt zowel de gebruiksvriendelijkheid van deze toestellen en bijhorende software of dashboards aan bod, alsook hoe mensen reageren op self-tracking. Doen ze dit voor korte of lange periodes, wanneer zijn ze er het meest in geïnteresseerd en hoe integreren ze dit in hun dagelijkse leven? Kunnen we er voor zorgen dat er een positieve mediatie gebeurd zodat er een constante motivatie optreedt bij de gebruiker?

Allemaal vragen die me héél erg boeiend lijken om te bekijken in dit domein. Ik zal ze, gedurende de komende weken, in een reeks van artikels dan ook belichten. In deze diepgaandere posts over Personal Informatics, zal ik proberen een beeld te scheppen over het onderzoek dat ik al een 3-tal jaar doe onder de vorm van kleine sociale experimenten waarin de hoofdvraag als volgt is: “Creëert self-tracking voldoende bewustmaking om gedragsverandering te stimuleren, en zorgt het voor een beter algemeen welzijn bij de gebruiker?”

Veel leesplezier!

Christel De Maeyer

 

 

Over Christel De Maeyer:
Zij is een onderneemster in het digitale veld met meer dan 20 jaar ervaring.
Ze is adviseur in verschillende besturen in België: Media Desk België, Voorzitter e-Vrt medialab (beheersovereenkomst 2007-2011), en deskundige voor IWT Medialab MIX – iMinds( 2012-…). Ze treedt ook op als mentor in cross-over labs en sociale innovatielabs georganiseerd door iDROPS VZW en Media Desk Europe, voor haar expertise in het digitale mediaveld.
Ze is eveneens lid van het Peace Innovation Lab in Stanford University, waar ze mee onderzoek doet op gedragsveranderingen via technologie of ‘Persuasive technology’ ism Dr. B.J. Fogg en zijn team.
Christel heeft een Bachelor in Communicatiemanagement en werkt momenteel aan een Internationale Master aan de VUB – iMinds – New Media and Society in Europe.
Meer info over Christel De Mayer is te vinden op haar persoonlijke website:
http://www.sleepingwithtechnology.com
%d bloggers liken dit: