Site-archief

De kloof tussen de gaming en zorgsectoren overbruggen

Tom LanghorstMIC Vlaanderen praat met Tom Langhorst, serious gaming expert verbonden aan Fontys Hogeschool voor ICT in Eindhoven, over de mogelijke rol van serious games in de zorgsector, en wat er nodig is om de deze discipline in Vlaanderen te stimuleren.

Je hebt expertise in serious games, vertel ons eens… Wat is je achtergrond? Hoe ben je in het vak geraakt?

Inderdaad, ik hou me bezig met serious games, of applied games wat de meer gangbare term vandaag is. Momenteel werk ik als docent en onderzoeker aan Fontys Hogeschool voor ICT in Eindhoven, in het department Game Design & Technology. Ik ben eigenlijk onrechtstreeks in het vak terechtgekomen, via de muziek. Ik heb een achtergrond in toegepaste muziekcompositie en heb destijds enkele jaren met Philips Healthcare samengewerkt aan een oplossing om kinderen rustig te houden tijdens een MRI-scan. Dat concept was opgebouwd rond verschillende componenten zoals een buddy (een knuffel), de inkleding van de MRI-kamer en muziek. Het effect was erg geslaagd, te vergelijken met een kalmerend medicijn, en het won ook een belangrijke ontwerpprijs (Dutch Design Award 2006) . Dat project was voor mij de prikkel om me verder te verdiepen in de rol die content – in de plaats van hardware of medicijnen – kan spelen in de gezondheidszorg.

Als audiotechneut was ik ook betrokken in een project van Janssen-Cilag om een soort psychosesimulator te bouwen. Het doel daarvan was mensen een beter begrip te geven van wat het is om te leven met schizofrenie (Paved with Fear). Die multimedia-installatie reisde enkele jaren over de hele wereld in een vrachtwagen en won ook verschillende ontwerpprijzen.

Uit die samenwerking met de farmasector kwam ik uiteindelijk terecht bij Fontys om onderzoek te doen naar hoe games kunnen helpen bij het optimaliseren van het gebruik van medicijnen. We weten bijvoorbeeld dat 40% van alle medicatie vandaag niet optimaal gebeurt. Er zijn dus enorme kansen om de kwaliteit van de gezondheidszorg te verbeteren als we erin slagen om de bestaande medicaties beter toe te passen.

De centrale vraag is: hoe kunnen we met games het gedrag van patiënten veranderen en mensen vaardigheden geven voor hun gebruik van medicijnen? Je kunt natuurlijk een bijsluiter of handleiding meegeven, maar een game biedt meer mogelijkheden. Zo hebben we dan samen met Janssen-Cilag de eerste applied games ontwikkeld voor ADHD. De eerste prototypes zijn ontwikkeld door onze studenten en van daaruit is Janssen verder gegaan met een gamingbedrijf.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen bij het invoeren van applied games in de gezondheidszorg?

Er heerst een nogal grote kloof tussen de leefwereld van game-ontwikkelaars en zorgverleners, al is die wel te overbruggen. Game-ontwikkelaars vertrekken typisch vanuit hun standpunt, ze ontwikkelen spelletjes die zij leuk zouden vinden. Maar de vraag uit de gezondheidszorg is: houdt je oplossing steek? Bied je een geldige oplossing voor een duidelijk probleem, haal je een specifieke doelstelling? Daarom onze leuze, “stop making games and start creating solutions”. Je moet de eindgebruiker voor ogen houden, user-centered design toepassen dus. En je moet testen of de oplossing wel degelijk de doelstellingen haalt. Dat alles vergt een zekere professionalisering.

Financiering is een ander belangrijk thema. In Nederland zit de financiering bij de zorgverzekeraars. Sinds die een particulier statuut hebben, streven ze naar efficiëntie. Zij zijn dus zeker geïnteresseerd in middelen die de kwaliteit en de efficiëntie in de gezondheidszorg verbeteren. In de kinesitherapie bijvoorbeeld zijn er nog veel kansen om technologie toe te passen, een beetje gelijkaardig met hoe mensen muziek leren. Mensen die thuis oefenen, of het nu revalidatie-oefeningen zijn of muziek, zeggen allemaal wanneer ze terug in de les zitten “Thuis ging het beter”, maar was dat wel zo? Het probleem is dat er thuis geen reflectie is. Met de bewegingsdetectie van een toestel zoals de Microsoft Kinect kun je dat echter wel bereiken.

Kinect

Bewegingsdetectie is één aspect, een ander is het gebruik van principes uit gaming om de intrinsieke motivatie te stimuleren. Als je je inleeft in een spel, verhoogt je dopaminegehalte en kan je pijngrens verlegd worden. Op dezelfde manier dat Vincent Kompany in de voetbalmatch tegen Servië terug het veld opliep met een gebroken neus, kun je patiënten stimuleren om hun oefeningen langer en intenser uit te voeren. De oefeningen die patiënten met brandwonden bijvoorbeeld moeten doen, kunnen heel pijnlijk zijn. Ze zijn echter essentieel voor de flexibiliteit van de huid. Een spel kan de patiënt die pijn beter doen tolereren.

Geavanceerde data analyse en Big Data zijn ook interessante thema’s. Bij de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) loopt een project waar patiënten die extreme woedeaanvallen vertonen, geholpen worden door een armbandje dat een woedeaanval tot 90 minuten op voorhand kan voorspellen. Dat armbandje heeft sensoren die onder andere de hartslag en temperatuur meten en aan de hand van bepaalde analyses een voorspelling maakt. Kun je dat soort gegevens gebruiken en integreren in een game, dat bijvoorbeeld op het juiste moment en op de juiste manier een aanval van agressie vermijdt?

In dit laatste voorbeeld beperken we ons nog tot het gebruik van data die de sensoren genereren. Als we daarnaast in de game externe data bronnen en analyses gebruiken, bijvoorbeeld om de game te personificeren, dan praten we over Big Data. In hoeverre zou je bijvoordbeeld gegevens uit sociale media kunnen gebruiken om een begeleidingstraject te personaliseren?

Is er veel verschil tussen Vlaanderen en Nederland in de toepassing van games in de zorgsector?

Ook al zie je in Vlaanderen allerhande initiatieven, Nederland staat toch een pak verder. Het obstakel hier is de financiering: de prikkels om dit soort innovatie te stimuleren zijn hier simpelweg minder aanwezig. Nochtans hebben we hier ook te maken met de belangrijkste langetermijntrends zoals de vergrijzing en de nood aan efficiëntie. Dus het zal ook in Vlaanderen wel gebeuren. Iedereen begrijpt de voordelen wel van applied games, maar de toepassingen zijn er nog niet, waardoor de economische voordelen nog niet zichtbaar zijn. Er is wel degelijk een gamingsector in Vlaanderen, maar de link met de zorgsector is nog onvoldoende gemaakt.

Met MIC Vlaanderen willen we dat stimuleren. Eén initiatief bijvoorbeeld is dat we voor een Vlaamse aanwezigheid gezorgd hebben op de Games4Health conferentie in Amsterdam.

gamesforhealth

Dat is zowat de belangrijkste ontmoetingsplek in Europa voor gaming en gezondheidszorg en ook de politiek krijgt er het woord. We leveren er twee sprekers en een aantal Vlaamse start-ups mogen zichzelf op het podium voorstellen aan een internationaal publiek. Daarnaast organiseren we seminaries in Vlaanderen om de juiste competenties aan te moedigen, bijvoorbeeld rond user-centered design.

Maar als we de industrie in gang willen zetten, moeten we uiteindelijk ook samenwerken met farmabedrijven, de verzekeringssector, de overheid en zorgverleners. Een onafhankelijke game-ontwikkelaar heeft de middelen niet om een klinisch gevalideerd product te ontwikkelen. Het is nu al zeker dat het traject van een klinische validering in samenwerking met de zorgsector moet gebeuren.

Heb je enkele tips voor start-ups?

Mijn centrale motto is: vertrek bij de gebruiker, dus pas user-centered design toe. Ten tweede, denk na over de benodigde stappen om je oplossing gevalideerd te krijgen in de gezondheidszorg: hoe ga je dat traject aanpakken? Ten derde, zoek hulp bij dat traject in de vorm van samenwerking met de juiste partners. Je moet een netwerk opbouwen van belanghebbenden. Kijk verder dan de eerste de beste dokter of het ziekenhuis bij je in de buurt. Het is veel breder dan dat. Breng de belanghebbenden in kaart en bouw je netwerk op en je zult merken dat er veel enthousiasme en ondersteuning aanwezig is.

Advertenties

User Centered Design, snel en efficiënt op maat van je klant

Door Hanne Sidarow – Senior User Experience Expert, Partner of U-sentric

 

IMG_4062b Vandaag hoor je de termen User Experience & User Centered Design steeds vaker opduiken. Je product, website, applicatie of service optimaal afstemmen naar je eindgebruikers is namelijk uitermate hip en toont dat je er als bedrijf alles aan doet om het je klanten naar hun zin te maken.

Helaas doen vele bedrijven dit nog steeds vaak enkel vanuit het inlevingsvermogen van de ontwikkelaar of designer. Een team van UX designers of ‘experten’ buigt zich over de noodzakelijke beslissingen omtrent functionaliteiten, interactie, inhoud,…. Ze proberen zich zo goed mogelijk in te leven in de eindgebruikers en bedenken wat zij zouden kunnen nodig hebben en hoe ze het nieuwe ontwerp gaan gebruiken. Een intensief werkje waarbij alles valt en staat met de ‘juiste’ beslissingen.

Soms is het slechts een kwestie van het allemaal een beetje aangenamer te maken voor de eindgebruiker maar in veel gevallen draait het echt om efficiëntie, relevantie en gebruiksvriendelijkheid.

Stel je voor dat de bediening van een anesthesiemachine zeer gebruiks-onvriendelijk is. Als dan een anesthesist op een kritiek moment tijdens de operatie de instellingen wilt veranderen kan dit kostbare tijd extra kosten. Dit zou uiteraard te gek zijn voor woorden, maar helaas is het in veel andere situaties vaak wel de harde realiteit. Veel producten, toepassingen of services worden ontwikkeld vanuit verschillende standpunten; design, technologie, bedrijfsfilosofie,… echter meestal totaal verschillend aan het standpunt van de eindgebruiker die zijn eigen noden, wensen en verwachtingen heeft.

Zo zien we dat veel websites vaak opgebouwd worden vanuit de structuur en werking van het bedrijf. Voor de werknemers lijkt dat uiteraard zeer logisch, maar de bezoekers zitten uiteindelijk met hun handen in het haar als ze specifieke informatie willen opzoeken. Ze herkennen de indeling van de website niet, gebruiken een totaal andere woordenschat of begrijpen soms niet eens helemaal waar het over gaat. Terwijl de website er toch zo mooi en overzichtelijk uitziet. Hoe kan dat nu?

Elke persoon heeft namelijk zijn eigen kennis, kunde en bepaalde ervaringen met voorgaande toepassingen voor hij of zij die van jou in handen krijgt. Het is dan ook erg belangrijk om een zicht te krijgen op wie je doelpubliek of eindgebruikers zijn en hoe divers die groep van mensen al dan niet is.

Maar hoe kom je dat eigenlijk te weten? Hoe creëer je iets waarvan mensen zullen houden, dat ze graag gebruiken, dat ze snel, gebruiksvriendelijk, functioneel en plezant vinden?

Het antwoord is dat je dat enkel te weten kan komen als je effectief eindgebruikers betrekt in het design en ontwikkelingsproces van je nieuw product, applicatie, service of bij de optimalisatie van een reeds bestaand product.

Door middel van het User Centered Design; proces betrek je aan de hand van verschillende technieken op gepaste tijden de eindgebruikers bij de ontwikkeling van je product. Het hele proces bestaat uit een drietal fases; observatie, creatie en evaluatie, en loopt gelijk aan het design proces.

Ucd

Het komt erop neer dat je eerst leert wat mensen nodig hebben, wat ze wensen en verwachten alsook hoe ze vandaag bijvoorbeeld reeds gelijkaardige of bestaande dingen gebruiken (Observatie).

Deze inzichten kan je gebruiken om te starten met de uitwerking van een eerste prototype. Eventueel op papier, digitaal, in klei of karton… alles kan. Het is goed om je idee zo snel mogelijk ‘vorm’ te geven (Creatie). Ook in deze fase kan je de eindgebruikers betrekken door hen in groepjes zelf aan hun ideale ‘toepassing’ te laten werken (= co-creatie). Zien en horen waarom ze bepaalde keuzes maken, dieper liggende redenen van bepaalde wensen achterhalen, geeft je een enorme bron aan inspiratie om zelf aan de slag te gaan.

Het gecreëerde prototype, hoe minimaal ook (Ja, het kan echt gewoon een lijntekening op verschillende papiertjes zijn!), kan je een eerste keer testen met eindgebruikers door hen effectief te observeren wanneer zij verschillende ‘taken’ of scenario’s spontaan uitvoeren. “Welke problemen komen ze tegen, wat vinden ze goed of minder goed? Wat ontbreekt er nog?” Je zal versteld staan hoeveel kleine en minder kleine probleempjes er op die manier achterhaald, opgelost en verbeterd kunnen worden. Het is natuurlijk wel belangrijk om het nieuwe ontwerp opnieuw te testen en indien nodig nog een keertje en nog een keertje….

Maar het resultaat loont de moeite! Alle foutjes heb je namelijk tijdens het proces weg gefilterd en verbeterd. Mocht je dit pas doen wanneer er al een prachtig design klaar ligt, dan spreekt het voor zich dat de aanpassingen des te duurder zullen zijn.

Wil dit nu dan zeggen dat een designer, ontwikkelaar, … dit zelf niet zou kunnen bedenken?

Misschien… maar misschien ook niet. Wanneer je zelf met een project bezig bent, zie je bepaalde problemen of moeilijkheden uiteraard zelf niet meer. Je werkt keihard aan een zo goed mogelijk product, bent er helemaal mee bezig waardoor je het niet langer neutraal kan bekijken. En welke mening kan er dan nuttiger zijn dan de mening van diegene voor wie je het uiteindelijk allemaal aan het doen bent? Inderdaad, die van je eindgebruiker!

Toch moet men een beetje voorzichtig zijn. Uiteraard is het soms niet zo eenvoudig om de juiste informatie, op de juiste manier van de juiste mensen te achterhalen. Daarvoor spelen rekrutering van testpersonen, relevantie van het testpubliek, juiste technieken & methodes, vraagstellingen, goede analyse van de resultaten enz. een belangrijke rol. UCD is een kwalitatief proces, waarin erg diep ingegaan wordt op de ’waarom’ van bepaalde handelingen, wat wil zeggen dat je zeker niet met honderden mensen (kwantitatief: vb. zoals in vragenlijsten) hoeft te testen, slechts met een vijftal testpersonen (in verschillende iteraties) kan je reeds 85% van de problemen qua gebruiksvriendelijkheid achterhalen. Heel snel zie je een lijn in hoe mensen een applicatie of product gebruiken, hoe ervaren of onervaren met de toepassing ze ook mogen zijn.

En dat maakt UCD natuurlijk net zo interessant. Je kunt snel en efficiënt je nieuwe ontwikkeling toetsen en verbeteren zodat je aan het einde van de rit, voor de lancering van je nieuwe product, applicatie of service, er zeker van mag zijn dat de gebruiksvriendelijkheid optimaal is en dat iedereen er op een snelle, efficiënte manier mee kan werken!

 

Voor meer info kan je ook terecht op onze presentatie tijdens de MIConnects van Genk en Kortrijk op 30 mei en 25 juni respectievelijk. Inschrijven kan hier: GenkKortrijk

Een bijhorende workshop rond software- en interfacedesign wordt ook georganiseerd:

Workshop Genk: 25 juni

Workshop Kortrijk:   nog te bepalen (vermoedelijk september)

 

  logoKarel van Lotharingenstraat 4 BUS 3.2
3000 Leuven
Belgium

+32 478 40 51 86

hello@u-sentric.com

%d bloggers liken dit: