Site-archief

Overheid als platformbouwer voor innovatie in de zorg

De Vlaamse en Federale overheden spelen duidelijk een proactieve rol in de informatisering van de zorgsector. Wat betekent dat voor jonge technologiestartups? Kan de overheid als concurrent beschouwd worden, aangezien zij zelf ICT-diensten ontwikkelt en aanbiedt? Of biedt de overheid net opportuniteiten voor startups?  We vragen het aan Dominique Dejonckheere, Program Manager ICT van Zorg en Gezondheid.  Dominique leidt al 10 jaar de ICT-stafdienst en is mee verantwoordelijk voor de ICT-strategie van de Vlaamse overheid voor gezondheid en welzijn. De kernprogramma’s waar hij op focust situeren zich rond gegevensdeling binnen de eerste en tweede lijn, met de residentiële sector en de thuiszorg.

Om van start te gaan: welke initiatieven neemt de overheid om ICT-gerelateerde innovatie in de zorg te stimuleren?

Er is duidelijk nood aan innovatie. Tot voor kort was het voor burgers net zo moeilijk om aan hun patiëntengegevens te raken als dat 50 jaar geleden was voor hun bankverrichtingen. De financiële sector heeft jaren geleden al een volledige omslag gemaakt met o.a. internetbankieren. De zorgsector staat op dat vlak nog in de kinderschoenen. De laatste jaren trekt de overheid en de sector duidelijk de kaart van een multidisciplinaire samenwerking en gegevensdeling. De patiënt staat daarbij als mederegisseur van zijn gegevens. Veel tijd ging naar het opzetten van een noodzakelijk platform waar de gegevens uit de eerstelijn 24/7 beschikbaar zijn voor andere actoren. Er werd ook veel aandacht besteed aan de basiscomponenten om de veiligheid en het vertrouwen van de patiënt te kunnen garanderen. Artsen hebben bijvoorbeeld niet de ICT-infrastructuur om hun data continu beschikbaar te stellen. De resultaten van deze initiatieven worden langzaam zichtbaar.

Een wetgevend kader dus?

Meer dan dat alleen. Ten eerste heeft de Vlaamse overheid gezorgd voor een visie en strategie die aangeeft wat de evoluties moeten zijn voor de komende jaren. Er zijn de visietekst en het actieplan eZorgzaam Vlaanderen. Het Zorgvernieuwingsplatform van Flanders’ Care zette in 2012 haar visie op gegevensdeling via ICT in de zorg in dit actieplan uiteen. Daarnaast is er ook het actieplan van de federale rondetafel eGezondheidszorg dat goedgekeurd werd door alle bevoegde ministers op een Interministriële Conferentie Volksgezondheid in 2013.

Dit alles wordt ook verankerd in het decreet over hoe het netwerk voor digitale gegevensdeling in de zorg georganiseerd zal worden. Met de goedkeuring van het decreet hebben we nu ook een globaal kader voor het delen van zorggegevens tussen zorg- en hulpverleners en formaliseren we de nodige structuren. Vroeger diende dit op projectniveau geregeld worden.

Waarom is de gegevensdeling van gezondheidinformatie zo belangrijk?

De gegevensdeling zal leiden tot een betere en efficiëntere zorg in functie van de gebruiker. De zorg- en hulpverleners zullen namelijk beschikken over accurate en actuele informatie.

Betere en verantwoorde zorg is niet de enige drijfveer voor deze projecten. Het gaat ook over betere samenwerking en betere organisatie, over veiligheid en over de rechten van de patiënt.

Kan u iets meer vertellen over de praktische uitwerking van deze initiatieven?

Op vlak van technologische evoluties zijn er de platformen en systemen voor gegevensdelingbinnen de eerste lijn en de tweede lijn zoals Vitalink, het Waalse Intermed en de lokale hubs van de ziekenhuizen. Deze worden verder uitgebouwd en op elkaar afgestemd – en moeten gekoppeld worden met de software van de zorgactoren. Hier zijn een aantal initiatieven belangrijk zoals bijvoorbeeld het federale labelingprogramma, en vanuit Vlaamse kant de oproep naar koepelorganisaties om als uniek aanspreekpunt op te treden naar softwareleveranciers toe. Dit creëert niet alleen duidelijkheid voor de software-industrie maar ook een dynamiek. Verder moeten startups weten dat er nu een uniforme technische connector beschikbaar is, die de integratie tussen hun gebruikerstoepassingen en platformen zoals Vitalink sterk vergemakkelijkt. We moeten een duidelijk onderscheid maken tussen de business toepassingen van de sector enerzijds, én de eHealth bouwstenen en basisdiensten anderzijds. Die laatste moeten ervoor zorgen dat toepassingen op een uniforme en vooral veilige manier gegevens kunnen uitwisselen als de toegankelijkheid en de centrale rol voor de patiënt kunnen verzekeren (denk maar aan de basisdiensten voor gebruikers- en toegangsbeheer, bewijs therapeutische relatie, systeem voor exclusies etc.). Startups moeten deze beter leren kennen en gebruiken.

De overheid neemt ook zelf initiatief om de innovatiestroom te stimuleren met initiatieven zoals Flanders’ Care, MIC Vlaanderen en de iMinds Health poot. Via die laatste wil de overheid ook een proeftuinomgeving voorzien die dit ondersteunt en de baan verder vrijmaakt voor een verdere standaardisering.

Wat zijn de mogelijke opportuniteiten voor technologiestartups?

Het is de expliciete keuze van Vlaanderen om geen eindgebruikerssoftware te bouwen. De software-industrie speelt hierin de belangrijke rol. De overheid bouwt het basisplatform waarop verschillende projecten gerealiseerd kunnen worden. Dus vanuit Vlaanderen is er Vitalink, het digitale platform van de Vlaamse overheid, voor het veilig delen van zorg- en welzijnsgegevens. Via het patiëntenluik van de mutualiteiten worden de gegevens ook op een veilige manier ontsloten naar de patiënt zelf. Voor de zorgverstrekkers en voorzieningen vereisen we een system-to-system integratie. De meeste softwareleveranciers leggen nu de laatste hand aan de optimalisatie van hun software voor het delen van het medicatieschema. Zij werken op een grotere gebruiksvriendelijkheid en een diepgaandere integratie. Naast het medicatieschema zijn er ook zo’n 14 miljoen vaccinatiegegevens van 2 miljoen Vlamingen, vooral kinderen en jongeren, raadpleegbaar via Vitalink. Ook is men nu bezig aan het inbouwen van de Sumehr, het samenvattend medisch dossier, dat gedeeld kan worden door artsen.

Voor deze eerste twee projecten, het medicatieschema en de vaccinatiegegevens, is er ook een proeftuinomgeving waar innovatieve spelers op een veilige manier nieuwe diensten op dit type van gegevens kunnen ontwikkelen. Ik denk bijvoorbeeld aan een remindersysteem voor herhaalvaccinaties. Ook voor andere, nieuwe innovatietrajecten kunnen we beslissen om daarvoor een proeftuinomgeving van Vitalink beschikbaar te stellen. Op die manier laten we zeker ruimte voor technologiestartups.

Zijn er opportuniteiten voor mobiele toepassingen?

We zijn bij mobiele toepassingen ook nog steeds gebonden aan het vereist inloggen met de elektronische identiteitskaart op de voorzieningen. Er lopen een aantal piloten, o.a. onder stimulans van Flanders’ care waar een mobile device wel kan gekoppeld worden in de voorziening.

Voor de individuele zorgverstrekkers en voor de burger moet men concreet zoeken naar haalbare oplossingen. Deze problematiek was reeds ter discussie op het event “eHealth Goes Mobile” van 2 oktober 2013. Het eHealth-platform is bereid om in samenwerking met de gezondheidssector en softwareproducenten een platform te ontwikkelen voor mobile app development.

In de toekomst zou de patiënt zelf bepaalde laboresultaten moeten kunnen inkijken, zonder daarvoor steeds contact te moeten opnemen met de arts. Ook zou de patiënt via mobiele toepassingen zelf bijvoorbeeld hun telemonitoring parameters moeten kunnen verzamelen. En zou ook de data voor de zorgactoren rondom de patiënt via een centraal systeem beschikbaar moeten worden om preventief te werken. Dat kan vandaag al. Maar de standaarden vormen hier de bottleneck.

Qua uitbreiding naar de residentiële sector heeft een consortium van koepelverenigingen van woonzorgcentra zich op vraag van de Vlaamse overheid georganiseerd om een roadmap op te stellen.  Er zijn ook oproepen gelanceerd voor informatiseringsprojecten. Vlaanderen heeft hiervoor éénmalig middelen voorzien.

Verder zitten er ook nieuwe projecten in de pijplijn. Het gaat wel over projecten die reeds een volwaardige business case hebben. Zo is er het elektronisch kinddossier van Kind en Gezin dat in een eerste fase de resultaten van de gehoortesten wil delen en daarna verder wil evolueren tot een volledig beschikbaar kinddossier. Er zijn ook projecten ingediend rond de zorgtrajecten voor diabetes en er worden concepten uitgedacht rond het delen van een journaal (ref. informatie uit het gekende thuiszorgschrift) van een patiënt binnen de eerste lijn.

Belangrijk is dat we de komende jaren een doorstroom zien vanuit de innovatietrajecten die her en der lopen en dat sommige projecten door de trechter stromen om effectief uit te rollen via de platformen die daarvoor geschikt zijn, waaronder Vitalink.

Advertenties

Een gedurfde visie op zorginnovatie: een gesprek met Sofie Staelraeve van de VOKA Health Community

Sofie StaelraeveDe VOKA Health Community is een community van ondernemers, zorgspelers, kenniscentra en patiëntenorganisaties die regelmatig samenkomen om innovatie en ondernemerschap in de zorgsector te stimuleren. We praten met Sofie Staelraeve, coördinator van deze community en adviseur Witte Economie bij de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA. Ze vertelt ons over de realisaties van de VOKA Health Community en wat er in Vlaanderen moet gebeuren om innovatie in de zorg meer te stimuleren.

Kan u ons kort uitleggen wat de VOKA Health Community is en wat jullie precies doen?

De VOKA Health Community is om vier redenen bijzonder.

Ten eerste: het is het enige platform waar diverse spelers uit de zorgsector elkaar regelmatig ontmoeten. We leren er elkaar beter kennen en krijgen er de mogelijkheid om gemakkelijk met elkaar te praten, wat aanspoort tot samenwerking.
Ten tweede: we focussen ons op bepaalde thema’s, zodat we kennis kunnen uitwisselen en een gedeelde visie kunnen opbouwen. Belangrijk om te weten is dat we van een wit blad vertrekken, we baseren ons dus niet op bestaande wetgeving. Uit dit soort denkoefeningen vloeien interessante ideeën voort.

logo voka health community
Ten derde: we steunen samen met onze leden nieuwe ondernemers. We willen concrete noden in de zorg aanpakken via ondernemerschap. Een haalbaar businessmodel vinden is dus heel belangrijk. De slaapklinieken in Vlaanderen bijvoorbeeld hebben momenteel te kampen met lange wachtlijsten. Er bestaat wel technologie om aspecten hiervan op afstand te laten gebeuren, bij de patiënt thuis, maar dat wordt momenteel niet terugbetaald. Nochtans moet het mogelijk zijn om dit in een businessmodel te gieten zonder dat we moeten wachten op aangepaste regelgeving, namelijk via huisbezoeken van de arts.
En ten vierde: alles wat we doen proberen we zoveel mogelijk airplay te geven.

Wat zijn tot dusver de belangrijkste verwezenlijkingen van de VOKA Health Community?

We bestaan uit een mix van een 120-tal vernieuwende ondernemingen en zorgverstrekkers uit de ruime waardeketen. De community begint nu echt te leven, er is een dynamiek op gang gekomen waaruit concrete projecten en heel veel ideeën voortkomen. Ter illustratie: momenteel zijn drie concrete businessteams hun projecten aan het afronden en vijf nieuwe teams staan klaar om binnenkort met hun projecten te starten.

We hopen natuurlijk dat die projecten uitmonden in iets wat op grote schaal uitgerold kan worden. Dat is de grote uitdaging, want de financiering blijft vaak een heikel punt. Er zijn wel beperkte middelen beschikbaar via de verzekeraars en non-profits zoals de Koning Boudewijnstichting, maar dat is niet voldoende. We hebben businessmodellen nodig die financieel duurzaam zijn, maar dan raak je meestal aan beleidskwesties.

We discussiëren in 4 themagroepen over innovatieve onderwerpen en geven zo kennis door aan elkaar. We helpen onze leden ondernemend te zijn en geven hen vb financiële opleiding. We begeleiden hen naar consortia voor de realisatie van hun plannen en we sluiten zelf partnerschappen met organisaties die onze acties kunnen versterken vb met de Koning Boudewijnstichting (Caring Entrepreneurship Fund) vanaf dit jaar.

Koning Boudewijnstichting

Hebben jullie een bepaalde visie op de zorgfinanciering?

Wij pleiten voor een persoonsgebonden financiering. Dat wil zeggen: op basis van je persoonlijke zorgbehoeften ontvang je een bepaald budget om de diensten in te kopen die het best bij je noden passen. Dit staat in contrast met financiering op basis van programmatie of erkenningen. Dit nieuwe model zou een enorme dynamiek in de sector teweegbrengen. Dienstverleners worden dan immers gestimuleerd om te concurreren op basis van kwaliteit en innovatie.

Ons ander pleidooi heeft te maken met het gebruik van technologie, meer in het bijzonder telemedicine. We pleiten ervoor dat zorg op afstand gelijkwaardig behandeld wordt aan de klassieke zorg. Nu is de financiering bijvoorbeeld grotendeels gebaseerd op het uurloon van zorgverleners. Maar er zijn andere, efficiëntere manieren om zorg te organiseren. Als men de zorg voor een deel op afstand regelt, dan kunnen zorgverleners meer patiënten tegelijk aan. Neurologen en geriaters kunnen dan veel efficiënter ingezet worden, bijvoorbeeld in trajectbegeleiding van bepaalde zorgprogramma’s die gedeeltelijk op afstand gebeuren in plaats van puur op basis van prestaties of een reeks raadplegingen. Ook in de geestelijke gezondheidszorg is er erg veel interesse om mensen met een mix van klassieke raadplegingen en online kanalen te begeleiden. We krijgen heel veel vragen over technologische oplossingen op dit gebied, maar we stuiten steevast op het probleem van het businessmodel: de financiering is te rigide en daar moeten we vanaf.

Laten we het eens hebben over technologie in de zorg in Vlaanderen. Hoe ver staan we volgens jou met het gebruik van elektronische patiëntendossiers en het uitwisselen van patiënteninformatie?

Mijn ervaring is dat we nog niet ver staan, zeker niet op het vlak van de integratie tussen de verschillende niveaus. We denken nog te veel in silo’s: ‘dit is mijn patiënt’, ‘dat zijn mijn gegevens’, er heerst nog heel wat weerstand tegen het delen van informatie. De zorgactoren zijn niet open en denken nog te veel vanuit hun eigen machtsposities. Ook leeft in de zorg de neiging om het allemaal zelf te willen oplossen, om te bricoleren.

Maar ook de dynamiek vanuit de kant van de patiënt is er nog niet. In Vlaanderen zijn we nog oh zo braaf. Het debat rond patient empowerment leeft hier nauwelijks. Vanuit het beleid probeert men dat wel, bijvoorbeeld met Vitalink, maar hun eerste projecten zijn nog in testface, dus we moeten nog zien wat dit zal teweegbrengen. De beleidsstappen zijn positief, maar niet gewaagd genoeg.

vitalink

Er zijn vandaag heel wat gezondheidsapps en online diensten beschikbaar op de markt. Hoe springen we daarmee volgens jou om in Vlaanderen?

De early adopters zijn er natuurlijk mee bezig en iedereen zoekt uiteraard wel eens informatie op internet op. Doorgaans is de Vlaming echter nog veel te braaf: er heerst een kerktorenmentaliteit en men denkt dat de huisarts het altijd wel beter zal weten. Dit is echter een enorme opportuniteit voor de jonge generatie huisartsen, die een nieuwe rol zoeken als kruispunt in de multidisciplinaire zorg. Er zijn natuurlijk altijd artsen die alles bij het oude willen houden, maar de jongere generatie, die bijvoorbeeld vanuit de artsenvereniging Domus Medica actief is, durft veel meer. Er is trouwens een project ingediend bijons door een kring huisartsen die een nieuwe dienst aan hun patiënten willen aanbieden.

domus medica

Wat zijn uiteindelijk je conclusies over innovatie in de zorg?

Een ding is zeker: we moeten niet wachten op het beleid. In gezondheidzorg is de politiek eerder volgend; grote veranderingen zullen niet daar gebeuren. Het beheers- en besluitvormingssysteem is gewoon te rigide en verouderd daarvoor. Bij Voka is onze leuze dus: just do it! We kunnen als grote groep vernieuwende actoren wél dingen in beweging krijgen en zo innovaties realiseren. Politiek volgt dan wel.

Uiteraard is dit ook geen evidente weg: vernieuwing implementeren is een zaak van vallen en opstaan, waarbij goede cases ook afvallen. Maar sterke partnerschappen kunnen dit deels opvangen.

Dé hefboom voor innovaties in de gezondheidszorg ligt uiteindelijk bij de consument: hij/zij wordt kritischer, verwacht veel kwaliteit en meer flexibiliteit, inspraak en efficiëntie. Wereldwijd zal deze moderne zorggebruiker de driver zijn voor nieuwe modellen in de gezondheidszorg. We moeten zien dat onze witte economie in België deze trein niet mist.

Sofie Staelraeve geïnterviewd door Frank Boermeester.

E-health vanuit het perspectief van de patiënt

Roel HeijlenE-health wordt dikwijls bekeken vanuit een zorgperspectief, maar technologie biedt ook voor patiënten heel wat nieuwe mogelijkheden – en risico’s. We praten met Roel Heijlen, projectverantwoordelijke voor verzekeringen, patiëntveiligheid en e-health bij het Vlaams Patiëntenplatform. Hij geeft ons hun visie op e-health en legt uit waar we vandaag staan in Vlaanderen.

Op jullie website staan jullie standpunten over het elektronisch patiëntendossier en de uitwisseling van gezondheidsgegevens duidelijk geformuleerd. Jullie vragen bijvoorbeeld dat de patiënt zijn expliciete toestemming moet geven voordat zijn gegevens gedeeld worden met andere zorgverleners. Jullie vragen ook dat de patiënt zelf kan beslissen over de inhoud van wat gedeeld wordt, en dat hij inzage krijgt in zijn dossier en het dossier kan aanvullen. Die standpunten dateren echter al van 2008. Zijn jullie tevreden met de stand van zaken vandaag?

E-health blijft een complex verhaal en we begrijpen dat het niet eenvoudig is om alle systemen in de zorgsector met elkaar te verbinden. Toch zien we vooruitgang. Om gegevens uit te wisselen in de eerste lijn – dus tussen huisartsen, apothekers, verpleegkundigen, verzorgers enzovoort – heeft de Vlaamse overheid met Vitalink een belangrijke stap geleverd. De eerste Vitalink-proefprojecten voor de uitwisseling van medicatieschema’s zijn al van start gegaan. Dat is belangrijk omdat zorgverleners en apothekers daarmee beter kunnen waken over het juiste gebruik van medicatie, bijvoorbeeld in het geval van contra-indicaties.

vitalink

In het algemeen zien we bij de diverse belanghebbenden duidelijk een goede wil om de nodige stappen op het vlak van e-health te nemen. In 2010 was er een conferentie om deze materie in de eerste lijn te bespreken en daaruit zijn enkele werkgroepen ontstaan. Mettertijd heeft dat echt een positieve dynamiek gecreëerd: zowel op Vlaams als op federaal niveau is het besef gegroeid dat we nu concrete stappen moeten nemen.

In 2012 vond dan de Ronde Tafel eHealth plaats, waaraan ongeveer driehonderd deelnemers uit de zorgsector deelnamen. Daaruit kwam dan de eHealth Roadmap voort, een gedeelde visie met heel concrete doelstellingen en afspraken over wie wat tegen wanneer doet. Door die roadmap wijzen nu alle neuzen in dezelfde richting. Wat we momenteel nodig hebben is dat er breder gecommuniceerd wordt naar patiënten en zorgverleners over de komende veranderingen in 2014 en 2015. Dat is nu de grootste uitdaging, en de overheid moet hierin haar verantwoordelijkheid nemen.

En hoe zit het met inzage door patiënten in hun dossier? Hebben julie ook een standpunt over persoonlijke medische dossiers?

We hebben daar inderdaad over nagedacht en we hebben dat met patiënten besproken. Patiënten hebben duidelijk interesse in persoonlijke medische dossiers en inzage daarin, zeker patiënten met chronische ziektes. In het Radboud-ziekenhuis in Nijmegen krijgen patiënten inzage in hun dossier en dat blijkt een succes te zijn. Die inzage heeft heel wat voordelen: de patiënt is beter voorbereid, het klinisch personeel past hun terminologie aan, de patiënt is meer betrokken bij zijn therapie, en dat vertaalt zich dan weer naar een betere therapietrouw.

Ook in Vitalink is voorzien dat de patiënt inzage krijgt in zijn gegevens. Waarschijnlijk gaan de ziekenfondsen dat uitwerken met een IT-speler door een patiëntenportaal te ontwikkelen, waarmee patiënten toegang krijgen tot Vitalink.

En telegeneskunde?

Er lopen verschillende proefprojecten rond telegeneeskunde, maar de vraag blijft altijd: wie betaalt dat? Momenteel worden dit soort projecten altijd gefinancierd door subsidies en onderzoeksbudgetten. Indien het gebruik van bepaalde apparatuur een kostenbesparing voor de patiënt kan opleveren – bijvoorbeeld doordat hij verplaatsingen naar het ziekenhuis vermijden – dan zullen patiënten mogelijk bereid zijn om zelf voor die apparatuur te betalen.

telegeneeskunde

Naast de technologie en apparatuur, hoe worden de zorgverleners betaald bij telegeneeskunde? Met verpleegkundigen stelt het probleem zich in principe niet, want zij werken in loondienst. Maar voor artsen is de situatie lastiger, want zij worden betaald op basis van prestaties. We denken dat er meer omkadering nodig is voor telegeneeskunde. Er is duidelijk interesse bij ziekenhuizen in al die projecten, maar de moeilijke vragen rond financiering en juridische aansprakelijkheid zijn nog niet beantwoord.

Technologie biedt ook heel wat mogelijkheden rond kwaliteitsbeheer. Bovendien kunnen kwaliteitsgegevens ook beschikbaar gemaakt worden voor consumenten. Meer transparantie over de kwaliteit en kosten van de zorg kan zo gezonde concurrentie in de markt stimuleren. Wat is jullie visie hierop?

Vlaams patientenplatform

Wij hebben daar inderdaad een standpunt over, dat we op onze website gepubliceerd hebben. Het gaat in de goede richting. Momenteel loopt er een project om de kwaliteit van ziekenhuizen op een uniforme manier te meten, het QI-project. Dat is een initiatief van de ziekenhuizen. Onze eis is dat die gegevens transparant gemaakt worden voor de patiënten. We vragen een soort portaal waar de patiënt in zijn regio de diverse kwaliteitsindicatoren kan bekijken.

Roel Heijlen geïnterviewd door Frank Boermeester.

Infosessie 1 juli Productiespecificaties Vitalink

VitalinkVier pilootprojecten in Vlaanderen testen momenteel Vitalink uit, het digitale platform van de Vlaamse zorg- en welzijnssector voor het veilig delen van gezondheids- en welzijnsgegevens. Na die pilootfase, vanaf eind oktober 2013, zullen niet alleen patiënten, huisartsen, apothekers, thuisverpleegkundigen en -verzorgenden het medicatieschema op Vitalink kunnen gebruiken, het platform zal dan ook opengesteld worden voor andere zorgverleners én andere functionaliteiten. Denken we maar aan vaccinatiegegevens uit Vaccinnet, of een samenvatting van de medische geschiedenis (sumehr).

Bent u benieuwd hoe uw software met uw gebruikers mee kan evolueren? En hoe u nu precies de integratie van Vitalink in uw software realiseert? Kom dan op 1 juli naar de infosessie. Speciaal voor softwareleveranciers worden er de definitieve specificaties toegelicht waaraan uw software zal moeten voldoen om gegevens via Vitalink te kunnen uitwisselen.

Programma
10u00             Onthaal met koffie en thee
10u30             Verwelkoming, Chris Vander Auwera, administrateur-generaal VAZG
10u40             Vitalink: stand van zaken en blik op de toekomst, Thomas Van Langendonck,
                      support   Vitalink
11u00             Technische specificaties voor uw softwaretoepassing, Wim Van Slambrouck,
                      project manager Vitalink
11u45             Vraag & Antwoord
12u15             Broodjeslunch

Praktisch
Wanneer?      Maandag 1 juli 2013  
Voor wie?     Softwareleveranciers en koepelorganisaties van huisartsen, apothekers,
                     thuisverpleeg- kundigen en -verzorgenden, tandartsen, vroedvrouwen,
                     woonzorgcentra en patiënten
Waar?            Auditorium Baron Lacquet, Paleis der Academiën, Hertogsstraat 1, 1000 BRUSSEL
Inschrijven?  Deelname is gratis, maar online inschrijven vóór 26 juni 2013 is verplicht op
                    www.vitalink.be/infosessie

%d bloggers liken dit: