Site-archief

ICT en de veranderende rol van de huisarts

Huisarts Dr. Herwig Van Pottelbergh zetelt in de raad van bestuur van de artsenvereniging Domus Medica. We praten met hem over hun visie op de rol van de huisarts en over de positieve en negatieve aspecten van technologische ontwikkelingen in de zorg.

domus-medica.png

Wat is jullie visie op de toekomst van de zorg en de rol die technologie daarin zal spelen?

We pleiten voor een multidisciplinaire aanpak in de geneeskunde, waarbij de patiënt centraal staat. De rol van de huisarts – en de eerstelijnsgezondheidszorg in het algemeen – zal daardoor belangrijker worden. De huisarts moet de patiënt meer begeleiden in het doolhof dat het zorgsysteem steeds vaker is. Hij of zij wordt het kruispunt van alle informatie over de patiënt en moet het volledige overzicht hebben. Dat is alleen mogelijk door een verregaande informatisering in de zorg. Alleen op die manier kunnen we de patiënt optimaal begeleiden in multidisciplinaire zorgtrajecten.

Waar staan we vandaag met die informatisering?

Huisartsen hebben al toegang tot redelijk goede software voor elektronische medische dossiers. Momenteel zijn er een twintigtal pakketten op de markt, waarvan de meeste een officiële labeling hebben.  In december 2013 werd een nieuwe labeling  gedaan waarvan de resultaten midden februari gepubliceerd worden.  Die labeling is belangrijk, omdat artsen alleen voor een officieel goedgekeurd pakket van de overheid een jaarlijks bedrag van ongeveer 800 euro krijgen als stimulans om een EMD te gebruiken.

Sommige van die pakketten zijn heel performant en bieden goede ondersteuning, andere minder. Eigenlijk zijn er momenteel teveel EMD-producten op de markt. Wat meer concentratie zou goed zijn. De beste pakketten bieden alles wat nodig is. Maar misschien is de technologie voor een stuk ook al wat verouderd: zo moet de cloud bijvoorbeeld in heel wat pakketten nog bekeken worden. Maar dat komt, want de wachtposten gebruiken bijvoorbeeld al een performant cloudgebaseerd systeem.

Betreffende de communicatie met de ziekenhuizen zien we een meer gemengd beeld. Alle een-op-een communicatie verliep in het verleden via MediBridge, een commercieel product. De ziekenhuizen gaan echter volledig overstappen naar de eHealthBox, een beveiligde elektronische brievenbus van het eHealth-platform. Alle informatie die van de laboratoria en radiografieafdelingen komt, verloopt nu al redelijk goed via digitale kanalen. Bij verslagen van specialisten varieert dat echter nogal sterk van streek tot streek. Ik schat dat zo’n vijf tot tien procent van de verslagen die ik ontvang nog op papier aankomen. Die moet ik dus inscannen om in mijn EMD te zetten.

 logo_ehealth_home 

Tot zover de informatie die wij aanvragen. Maar wij pleiten ook voor toegang tot alle informatie van de tweede- en derdelijnszorg, zelfs als de patiënt bijvoorbeeld op eigen initiatief naar de spoedafdeling gaat. Wij vinden dat de huisarts het kruispunt van alle informatie moet zijn. In het verleden stond het ziekenhuis centraal, dat was dus een aanbodgedreven model. Wij willen echter naar een ander model gaan waarbij de patiënt centraal staat. De eerstelijnsgezondheidszorg moet in dat model dan ook versterkt worden – als eerste vangnet.

Neem bijvoorbeeld een diabeteszorgtraject. Wij vinden dat de eerstelijnshulpverleners dat soort trajecten moeten coördineren, met ondersteuning van de tweede en derde lijn. De informatie moet gebundeld worden bij de patiënt, niet bij de specialist. Als huisarts hebben wij een unieke positie om die ondersteuning aan te bieden en ervoor te zorgen dat er geen conflicterende adviezen zijn. De patiënt heeft immers eenduidig advies nodig en eenduidige begeleiding. We kunnen ook medische contra-indicaties ontdekken of prioriteiten stellen.

Maar ondersteunt het huidige financieringsmodel wel die nieuwe rol van de huisarts?

We komen inderdaad van een puur prestatiegericht model, waar alles om volume draaide. Maar dat concept hebben we toch al gedeeltelijk verlaten. Momenteel worden we met een beter model betaald. Een redelijk stuk van onze vergoeding – ongeveer een vijfde – hangt samen met taken in de vorm van o.a. zorgtrajecten, bijvoorbeeld voor diabetes, preventie, wachtdiensten, het EMD enzovoort. Dat is allemaal een soort taakfinanciering, geen vergoeding van prestaties. Op termijn moeten we naar een hoger percentage tussen taken en prestaties. Er wordt ons bijvoorbeeld gevraagd om het Sumehr (Summarized Electronic Health Record) te beheren. Wij zijn daarmee akkoord, maar dat moet vergoed worden.

Wat is jullie visie op telemedicine, zorg op afstand?

Let op wat je bedoelt met zorg op afstand. Je moet een onderscheid maken tussen één, het self-monitoring, twee, het monitoren van pathologische parameters door ziekenhuizen, en drie, telemedicine, dat wil zeggen echte therapie op afstand. Self-monitoring betekent dat de patiënt zelf over een dossier beschikt ofwel op zijn eigen PC (PHR) ofwel de gegevens beheert op een platform, waar hij en de huisarts  inzage op hebben. Dit om de verhinderen dat we in het EMD verdrinken in de overvloed van metingen. Het monitoren van pathologische parameters in samenwerking met ziekenhuizen kan ook, maar weer met goede afspraken, zodat we niet de loopjongens van ziekenhuizen worden.

Heel belangrijk is de therapie op afstand. In zekere zin doen we dat al in de praktijk: als patiënten op reis zijn, bellen of e-mailen ze mij nu al met vragen. Ook daar staan we positief tegenover, maar het moet vergoed kunnen worden. Er moet een nomenclatuur voor komen. En het moet juridisch uitgeklaard worden, zodat duidelijk is bij wie de verantwoordelijkheid ligt.

Er bestaan tegenwoordig al duizenden health apps. Hoe kijken jullie naar die trend?

Ik denk dat artsen in de nabije toekomst apps zullen voorschrijven. Maar dan moeten we eerst het kaf van het koren scheiden. Ook voor clinici zijn er nu al interessante platforms, die bijvoorbeeld audits doen van medische beslissingen op basis van evidence-based medicine. Ook voorschrijfapplicaties die waarschuwen bij contra-indicaties zijn al in gebruik.

In de VS zijn ‘find a doctor, rate a doctor’ online diensten in opkomst. Hoe kijken jullie naar dat soort initiatieven? En wat denken jullie van het publiek maken van kwaliteitsparameters?

Er moet in ieder geval een goed kadaster van zorgverleners komen dat publiek toegankelijk is. Als patiënt kun je dan nauwkeuriger zoeken naar bijvoorbeeld een kinesist die gespecialiseerd is in kinderen met aangeboren letsels. Maar ik ben niet voor websites waar dokters zelf hun profiel moeten onderhouden.

Ook publieke beoordelingen zullen problemen creëren. Het is natuurlijk niet te stoppen, want de ziekenfondsen en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg weten nu bijvoorbeeld al wie goed of minder goed slokdarmkanker behandelt, maar wij staan er wat argwanend tegenover. Het risico bestaat immers dat artsen hun patiënten op zo’n manier zullen beginnen kiezen zodat hun beoordeling er positiever uitkomt, door bepaalde groepen patiënten af te stoten. Wie zijn patiënten nauwgezet kiest, kan zijn beoordeling echt verhogen. Dat probleem is niet eenvoudig aan te pakken.

We zien in feite nu al dat sommigen hun patiënten kiezen. Het gevaar bestaat dan dat we naar een gezondheidssysteem met twee snelheden gaan en dus middelen gaan wegtrekken bij zieke mensen voor de gezonde mensen. Daar ben ik resoluut tegen. Ik sta wantrouwig tegenover systemen die de happy few bevoordelen. Mijn eerste prioriteit vormen de zieken en gehandicapten; hen moeten we eerst verzorgen op basis van het solidariteitsprincipe.

Als u terugkijkt op uw carrière, is er dan veel veranderd? En kijkt u optimistisch naar de toekomst?

Absoluut. Ik zit al 35 jaar in het vak en vandaag werken wij veel meer op basis van vraag in plaats van aanbod. Ook multidisciplinair werken is in opkomst, in de zin dat we samenwerken met kinesisten, psychologen, medische huizen enzovoort. Dat is een duidelijk groeiend fenomeen. Daarom ook dat ICT zo belangrijk is geworden, om die coördinatie en communicatie in de eerstelijnsgezondheidszorg te faciliteren. In België hebben we een heel toegankelijke en solidaire gezondheidszorg en dat moeten we behouden.

Advertenties

Partner in de kijker – KATHO aan u voorgesteld

 logo-KATHO_VIVESKATHO, de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen is structurele partner van het MIC en telt als grootste hogeschool van West-Vlaanderen momenteel 9.000 studenten. KATHO biedt een uitgebreid studieaanbod in 6 studiegebieden: Biotechniek, Gezondheidszorg, Handelswetenschappen en Bedrijfskunde, Industriële Wetenschappen en Technologie, Onderwijs en Sociaal-agogisch Werk aan. De opleidingen worden aangeboden in 7 departementen verspreid over 4 campussen: Kortrijk, Roeselare, Tielt en Torhout.

KATHO ondersteunt bedrijven en instellingen met praktijkgericht onderzoek, vorming en dienstverlening rond thema’s als integrale zorgverlening, wellness, voeding, marketing en technologische hulpmiddelen in de zorgsector en e-hulp.

Integrale zorgverlening

Het EC Verpleeg- & Vroedkunde (EC V&V) is een onafhankelijk expertisecentrum dat wil bijdragen tot kwaliteitsverbetering van de patiëntenzorg. Kennis uit wetenschap en praktijk wordt verzameld, toegankelijk en toepasbaar gemaakt in het dagelijks werk. Het centrum zet in samenwerking met het werkveld praktijkgericht onderzoek op. Enkele onderzoekslijnen:

– context en betekenis van zorg

– innovatieve organisatievormen in de zorg

– preventieve gezondheidszorg

– zorgcontinuïteit

– patiëntparticipatie

– virtuele leeromgevingen, simulatietools en e-learning pakketten

– vernieuwd stage-beleid voor verpleeg- en vroedkundigen

Wellness

Bij het expertisecentrum Wellness kan een organisatie terecht voor praktijkonderzoek van wellnessconcepten in de organisatie en wellnessvorming op maat voor haar personeel. De focus ligt op de integratie van wellnessconcepten in de zorgsector. Enkele voorbeelden:

– verwenzorg voor zorgbehoevende ouderen

– wellnessarrangementen binnen oncologische revalidatie

– advies rond wellnessconcepten

Voeding

Veranderde voedingsgewoonten, hoge kwaliteitsnormen, stijgende grondstofprijzen…, het zijn allemaal tendensen die de voedingsbedrijven en non-profitorganisaties tot voortdurende innovatie dwingen. Het EC Voeding wil die innovatie in kleine en middelgrote voedingsbedrijven en non-profitorganisaties ondersteunen via praktijkgericht onderzoek, het verlenen van advies en het aanbieden van opleidingen, rond bijvoorbeeld:

– receptuurontwikkeling

– microbiologische aspecten

– voeding op maat voor specifieke doelgroepen

Technologische hulpmiddelen in de zorgsector en e-hulp

Technologische innovaties openen nieuwe perspectieven voor de gezondheidszorg. Technische apparatuur en informatie- en communicatietechnologieën maken het werk van zorgverleners lichter en faciliteren een betere dienstverlening. Zij bevorderen ook de autonomie en het comfort en daarom het welzijn van patiënten. Het Expertisecentrum Zorg en Technologie ontwikkelt en verspreidt praktijkgerichte kennis over zorgverbetering met behulp van nieuwe technologieën.
In overleg met zorgverleners worden oplossingen op maat uitgewerkt en geïmplementeerd.

– tools voor empowerende hulpverlening in de thuiszorg

– software-ontwikkeling voor de zorgsector

– hulpverlening aan specifieke doelgroepen (jongeren, ouderen, chronische patiënten, …)

Marketing

Het expertisecentrum Marketing is een ankerpunt voor bedrijven en non-profitorganisaties op het gebied van marktonderzoek, marketing, imagostudies, vestigingsstudies, salestraining, e-commerce, shopmanagement, reclame- en multimedia marketing, commerciële innovatie… Het centrum verleent advies, organiseert verdere vorming en voert opdrachtonderzoek uit.

Vanaf september 2013 vloeien KATHO en KHBO (Katholieke Hogeschool Brugge Oostende) samen in de Katholieke Hogeschool VIVES.

Contact: mic@katho.be (tel. 056 26 41 60)

%d bloggers liken dit: